ECLI:NL:GHARL:2013:CA0380
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep waardevaststelling onroerende zaak met toepassing cultuurgrondvrijstelling
Belanghebbende voerde beroep in hoger beroep tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van een onroerende zaak bestaande uit een woonboerderij met agrarische bedrijfsvoering en bijbehorende grond. De rechtbank had grotendeels de heffingsambtenaar gevolgd, maar het hof stelt vast dat de onroerende zaak een agrarisch bedrijf betreft en dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op de restgrond.
De heffingsambtenaar gebruikte de landelijke taxatiewijzer voor agrarische objecten om de waarde te bepalen, maar het hof oordeelt dat de taxatiewijzer slechts een hulpmiddel is en dat het waardebegrip van artikel 17 Wet Pro WOZ prevaleert. Het hof constateert dat de taxatiewijzer in deze zaak leidt tot een waarde die aanzienlijk lager is dan de werkelijke economische waarde.
Na beoordeling van de feiten, waaronder de agrarische activiteiten en inkomsten, stelt het hof de WOZ-waarden per waardepeildatum lager vast dan de heffingsambtenaar had gedaan. Tevens veroordeelt het hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door mr. R.A.V. Boxem, mr. R.F.C. Spek en mr. P. van der Wal op 2 mei 2013.
Uitkomst: Het hof stelt de WOZ-waarden lager vast met toepassing van de cultuurgrondvrijstelling en veroordeelt de heffingsambtenaar in proceskosten en griffierecht.