ECLI:NL:GHARL:2013:CA0477
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verhoging zuiveringsheffing en ingezetenenheffing waterschap Velt en Vecht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verhoging van het gezamenlijke bedrag van de zuiveringsheffing en ingezetenenheffing door het waterschap Velt en Vecht voor de jaren 2010 en 2011. De Heffingsambtenaar legde aanslagen op, welke door belanghebbende werden bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de Heffingsambtenaar; belanghebbende was afwezig. Het hof onderzocht de rechtmatigheid van de verhogingen van respectievelijk € 9 in 2010 en € 11 in 2011. Het hof oordeelde dat de aanslag zuiveringsheffing rechtmatig was opgelegd binnen de autonome bevoegdheid van het waterschap, zonder aanwijzingen van onredelijkheid of willekeur.
Echter, de rechtbank had nagelaten te beslissen op het beroep tegen de ingezetenenheffing. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep gegrond voor de ingezetenenheffing en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een beslissing. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor de zuiveringsheffing en gelastte vergoeding van de betaalde griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond voor ingezetenenheffing en terugverwezen naar rechtbank, beroep zuiveringsheffing ongegrond verklaard.