ECLI:NL:GHARL:2013:CA0798
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontruiming opslagruimte wegens ernstige schending goed huurderschap door opslag GBL
In deze zaak huurt appellant sinds april 2010 een opslagruimte in een loods van geïntimeerde. Appellant gebruikte een doorgang via een schutting op het terrein van geïntimeerde om van zijn woon-/kantoorruimte naar de opslag te gaan. Geïntimeerde plaatste een schutting en parkeerbeugel om deze doorgang af te sluiten, waarna appellant vorderde dat deze verwijderd zouden worden.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat appellant in de opslagruimte 44.000 liter GBL had, een grondstof voor de partydrug GHB. Dit leidde tot verdenking van drugshandel, hoewel appellant niet strafrechtelijk is veroordeeld. Daarnaast veroorzaakte appellant overlast door nachtelijk gedrag met op afstand bestuurbare auto's en het betreden van het terrein via ladders.
De kantonrechter wees de vordering van appellant af en veroordeelde hem tot ontruiming van het gehuurde. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de aanwezigheid van GBL en de overlast een ernstige schending van goed huurderschap vormen, waardoor ontruiming gerechtvaardigd is. De vordering tot verwijdering van de schutting werd afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij een recht op doorgang had.
Het hof matigde de dwangsommen, veroordeelde appellant tot ontruiming binnen drie dagen en tot betaling van proceskosten. Vergoedingen voor camerakosten werden afgewezen wegens gebrek aan grondslag.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen wegens ernstige schending van goed huurderschap door opslag van GBL en overlast.