ECLI:NL:GHARL:2013:CA0897
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag OZB-gebruik woonzorgcentrum wegens woningfunctie
De heffingsambtenaar legde aan Stichting X een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) op voor het gebruik van een woonzorgcentrum, gewaardeerd op €3.313.000. Belanghebbende betwistte de waardering en stelde dat een groter deel van het complex als woning dient dan door de heffingsambtenaar werd aangenomen.
Na eerdere procedures stelde de rechtbank de waarde van het woonzorgcentrum voor OZB-gebruik lager vast, maar de heffingsambtenaar ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het geschil spitste zich toe op de vraag welk deel van het woonzorgcentrum als woning moet worden aangemerkt en welke waarde daarvan buiten de heffing moet blijven.
Het hof oordeelde dat het woonzorgcentrum een niet-woning is, maar dat 76% van de oppervlakte als woning of dienstbaar aan woondoeleinden dient. Dit leidt ertoe dat de aanslag OZB-gebruik verminderd moet worden tot een waarde van €795.120. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €944. Het hof verwierp het standpunt van de heffingsambtenaar dat slechts 44% van de waarde buiten aanmerking moest blijven en bevestigde dat de woonstraten en gemeenschappelijke woonkamers hoofdzakelijk woondoeleinden dienen.
Uitkomst: De aanslag OZB-gebruik wordt verminderd tot een waarde van €795.120 omdat 76% van het woonzorgcentrum als woning dient.