ECLI:NL:GHARL:2013:CA2174
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- J.H. [geïntimeerde]
- A.M. Koene
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank inzake geldleningsovereenkomst en betalingsverplichting
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of er een overeenkomst van geldlening tot stand was gekomen tussen appellant en geïntimeerde, en of appellant gehouden was tot betaling van het restant van €4.475,-. De rechtbank Groningen had geoordeeld dat geïntimeerde haar bewijslevering had geleverd, mede ondersteund door een partijgetuige en een medewerker van de Rabobank, en veroordeelde appellant tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente vanaf 22 juni 2009.
Appellant stelde in hoger beroep dat er geen geldleningsovereenkomst was en dat de bewijslevering onvoldoende was, onder meer omdat de getuige geen directe waarneming had van de leningsovereenkomst. Het hof oordeelde echter dat de verklaring van de Rabobankmedewerker en de partijgetuige samen voldoende ondersteuning boden voor het bestaan van de leningsovereenkomst. Ook achtte het hof de stelling van appellant dat de betaling een terugbetaling van boodschappen zou zijn onvoldoende onderbouwd.
Het hof bevestigde dat de bewijslast voor het bestaan van de lening bij geïntimeerde lag en dat zij hieraan had voldaan. De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en verklaarde deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van €4.475,- met rente en proceskosten.