ECLI:NL:GHARL:2013:CA2656
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag vennootschapsbelasting 2008 ondanks niet-ingediende aangifte en betwisting afwaardering vordering
Belanghebbende, moedermaatschappij in een fiscale eenheid, diende de aangifte vennootschapsbelasting 2008 niet tijdig in ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen van de Inspecteur. De Inspecteur legde daarom ambtshalve een aanslag van €400.000 op, inclusief heffingsrente en een verzuimboete.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de aanslag onjuist was, onder meer vanwege een afwaardering van een vordering op groepsmaatschappij C B.V. en een lagere belastbare winst in een later ingediende aangifte. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de aanslag onjuist was, mede vanwege onverklaarde verschillen in aangiften en gebrek aan inzicht in grootboekrekeningen.
Het Hof achtte de aanslag van de Inspecteur gebaseerd op een redelijke schatting en verwierp het hoger beroep. Ook de heffingsrente en verzuimboete werden gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 2008 van €400.000 met heffingsrente en verzuimboete wordt bevestigd.