ECLI:NL:GHARL:2013:CA2826
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen goederenrechtelijke zekerheid op Porsche in leningsovereenkomst bevestigd
In deze zaak draait het om de uitleg van een leningsovereenkomst waarbij een Porsche als borg werd gesteld. [B.V. X] kocht de Porsche met geleend geld van [geïntimeerde], die de kentekenbewijzen in bezit kreeg. Toen [B.V. X] haar betalingsverplichtingen niet meer kon nakomen, stelde zij de Porsche ter beschikking van [geïntimeerde].
De curator in het faillissement van [B.V. X] betwistte dat er een geldig pandrecht op de Porsche was gevestigd en vorderde dat de opbrengst van de Porsche aan de boedel toekomt. Het hof oordeelde dat de overeenkomst niet voorzag in een obligatoire verplichting tot het vestigen van een goederenrechtelijke zekerheid zoals een vuistpandrecht. De Porsche bleef eigendom van [B.V. X] en behoorde tot de faillissementsboedel.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank dat het pandrecht erkende en bepaalde dat de opbrengst van € 35.907,40 toekomt aan de boedel. Tevens werd [geïntimeerde] veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De opbrengst van de Porsche toekomt aan de faillissementsboedel omdat geen pandrecht is gevestigd.