ECLI:NL:GHARL:2013:CA3024
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting verkoop onroerend goed
Belanghebbende had zijn aandeel in de verkoopwinst van een pand niet aangegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2003. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een vergrijpboete en heffingsrente. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond wegens ontbreken van een nieuw feit, maar het Hof vernietigt dit oordeel.
Het Hof stelt vast dat de Inspecteur niet verplicht was de leveringsakten die bij de afdeling Registratie en Successie waren gedeponeerd te raadplegen, omdat er geen geïntegreerde werkwijze tussen de afdelingen was. Daardoor beschikte de Inspecteur pas later over het nieuwe feit dat de verkoopwinst belastbaar was.
De verkoop van het pand vond plaats via een tussenstap waarbij belanghebbende en zijn zakenpartner het pand kochten voor €384.000 en direct doorverkochten voor €600.000. Het Hof acht aannemelijk dat dit met voorkennis gebeurde en kwalificeert de winst als belast resultaat uit overige werkzaamheden. De boete wordt vastgesteld op 25% van de nagevorderde belasting wegens grove schuld, maar gematigd met 15% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van een deel van de proceskosten van belanghebbende. Het incidenteel hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door het Hof op 11 juni 2013.
Uitkomst: Navorderingsaanslag en heffingsrente worden gehandhaafd, boete verminderd tot 25% en proceskosten deels toegewezen.