Nieuw feit
4.1 Belanghebbende betwist dat de Inspecteur beschikt over een nieuw feit op grond waarvan kan worden nagevorderd. In dat kader heeft belanghebbende aangevoerd dat tijdens het onder 2.10 genoemde boekenonderzoek de gehele boekhouding is gecontroleerd door de Inspecteur. Volgens belanghebbende is sprake van een ambtelijk verzuim en kan daarom niet (meer) worden nagevorderd.
4.2 De Inspecteur draagt aan dat eerst bij het onder 2.12 genoemde boekenonderzoek in 2007 de aangiften van belanghebbende zijn gecontroleerd aan de hand van de administratie van de Stichting en dat de correcties zijn gebaseerd op de daarbij aangetroffen gegevens.
4.3 Gelet op de beperkte omvang van het in 2006 uitgevoerde boekenonderzoek, hetgeen uitdrukkelijk in het rapport tot uitdrukking is gebracht, vormen de bevindingen van het in 2007 uitgevoerde boekenonderzoek een nieuw feit op grond waarvan de Inspecteur kan navorderen en is van een ambtelijk verzuim geen sprake. De Inspecteur was bij het boekenonderzoek in 2006, anders dan belanghebbende bepleit, niet verplicht de gehele administratie van de Stichting te beoordelen op de fiscale gevolgen voor belanghebbende.
Ten onrechte navorderingsaanslagen niet gemotiveerd
4.4 Belanghebbende klaagt erover dat de Inspecteur heeft nagelaten het opleggen van de navorderingsaanslagen aan te kondigen en te motiveren. De Inspecteur betwist dat hij de navorderingsaanslagen niet heeft gemotiveerd. Hij verwijst hiervoor naar het controlerapport van het onder 2.12 genoemde boekenonderzoek dat aan de Stichting is gestuurd.
4.5 Nu belanghebbende degene is die de administratieve werkzaamheden voor de Stichting verricht en uit dien hoofde ook het (concept-)controlerapport heeft ingezien, is belanghebbende voldoende op de hoogte gesteld van de gronden waarop de navorderingsaanslagen zijn gebaseerd. Belanghebbende heeft ter zitting aangegeven niet in zijn procespositie te zijn geschaad, doordat het controlerapport enkel aan de Stichting is toegestuurd. Hiervan is het Hof ook niet gebleken, nu belanghebbende in zijn bezwaarschriften refereert aan de inhoud van het concept-controlerapport.
4.6 Dat de Inspecteur het controlerapport niet tevens aan belanghebbende persoonlijk heeft gericht, is weliswaar minder zorgvuldig, maar het Hof verbindt daaraan, zeker nu belanghebbende heeft aangegeven niet in zijn procespositie te zijn geschaad en daarvan ook niet is gebleken, geen gevolgen.
4.7 Belanghebbende is voorts van mening dat de Inspecteur de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden door zijn, naar belanghebbende stelt, slordige handelwijze bij het boekenonderzoek. Het Hof is van oordeel dat met hetgeen belanghebbende heeft gesteld, van een schending van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur door de Inspecteur geen sprake is.
Onjuist jaartal navorderingsaanslagen premie Zfw 2003 en premie Zfw 2004
4.8 Belanghebbende verzoekt om vernietiging van de navorderingsaanslagen premie Zfw 2003 en premie Zfw 2004, omdat daarop het jaartal 2005 is vermeld. De Inspecteur is van mening dat sprake is van een vergissing die is gemaakt bij het handmatig opstellen van de aanslagen en dat deze vergissing belanghebbende kenbaar is geweest.
4.9 Het op een aanslagbiljet vermelde tijdvak van heffing maakt daarvan een essentieel onderdeel uit. Indien de op het aanslagbiljet voorkomende vermelding van het tijdvak van heffing op een duidelijke, ook voor de belastingplichtige kenbare, vergissing berust, kan daaraan voorbij worden gegaan (vgl. HR 20 december 1978, nr. 18 960, BNB 1979/11).
4.10 Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschriften tegen deze navorderingsaanslagen opgemerkt dat hij aan de hand van de aanslagnummers heeft herleid, dat de aanslagen moeten zien op de jaren 2003 en 2004. Het was belanghebbende, zo hij tevens ter zitting uitdrukkelijk heeft verklaard, kenbaar dat de Inspecteur een onjuist jaartal had vermeld op de aanslagen.