Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om de vaststelling van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van drie minderjarige kinderen, geboren uit een verbroken affectieve relatie waarvan partijen nooit in gezinsverband hebben samengeleefd. De rechtbank had de bijdrage vastgesteld op €400 per kind per maand, maar de man ging in hoger beroep met als grief de berekening van de behoefte, draagkracht en ingangsdatum.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van samenwoning of een gemeenschappelijke huishouding. Daarom werd de behoefte van de kinderen berekend volgens de methodiek van de Expertgroep Alimentatienormen, waarbij het gemiddelde van de behoefte op basis van het inkomen van beide ouders wordt genomen. Het netto besteedbaar inkomen van de man werd vastgesteld op €2.203 per maand, waarbij inkomsten uit verhuur van appartementen op nihil werden gesteld, en dat van de vrouw op €1.306 per maand.
De behoefte van de kinderen werd berekend op €256 per maand, en de draagkracht van de man op €598 per maand. De man werd veroordeeld tot betaling van €220 per maand (afgerond €73,33 per kind), ingaande 1 november 2013, de datum van indiening van het verzoekschrift. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd en verder werd het meer of anders verzochte afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 november 2013 €220 per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de drie minderjarige kinderen.