Uitspraak
Overwegingen:
Beslissing
[terbeschikkinggestelde].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de terbeschikkinggestelde tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 7 augustus 2013, waarbij de officier van justitie niet ontvankelijk werd verklaard in zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De rechtbank had de behandeling van de zaak niet geschorst in afwachting van de beslissing van het hof, terwijl het hof nog niet had beslist over het hoger beroep tegen de eerdere verlengingsbeslissing van 4 juli 2012.
De officier van justitie had op 3 juni 2013 een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling ingediend, anticiperend op een mogelijke verlenging door het hof met een termijn van een jaar. Het hof oordeelt dat deze vordering te vroeg was ingediend, omdat het hof uiteindelijk op 24 september 2013 de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengde.
Hoewel het hof de officier van justitie niet ontvankelijk verklaart in de vordering, bevestigt het de beslissing van de rechtbank omdat de niet-ontvankelijkheid terecht werd vastgesteld. De behandeling had geschorst moeten worden, maar dat gebeurde niet, waardoor de beslissing van de rechtbank ontijdig was. Het hof komt echter tot dezelfde conclusie, zij het met een andere motivering.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling vanwege te vroege indiening.