Uitspraak
BP,
de curator,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling van het geschil
(…)
gesloten managementovereenkomst per direct beëindigd. [bedrijf] betaalt in verband met het beëindigen van de managementovereenkomst een vergoeding van € 75.000,- aan Verkoper, te voldoen in 12 maandelijkse termijnen vanaf 1 mei 2008 en eindigende op 1 mei 2009, waarvoor [bedrijf] Verkoper een automatische incasso verstrekken.
grief 2, die zich richt tegen r.o. 4.2 van de rechtbank dat BP na 17 april 2008 geen werkzaamheden heeft verricht. In het kader van die verplichting voor BP om werkzaamheden te verrichten oordeelt het hof dat voor de beëindigingsvergoeding derhalve een tegenprestatie was afgesproken en er sprake is van een rechtshandeling anders dan om niet. Het beroep van de curator op het vermoeden van artikel 45 Fw Pro. wordt daarmee verworpen. De
grieven 7, 8 en 9slagen eveneens deels, namelijk voor zover deze zich richten tegen de overwegingen van de rechtbank dat er sprake is van een rechtshandeling om niet. In hoeverre het slagen van de grieven BP zal baten zal hierna moeten blijken.
4.De beslissing
dinsdag 11 februari 2014voor het nemen van een akte door BP waarin zij aangeeft op welke wijze zij het bewijs wenst te leveren, schriftelijk of door middel van getuigen, dan wel anderszins;