Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling tussen de vader en zijn dochter [kind 1]. De ouders zijn sinds 2000 gescheiden en voeren een langdurige strijd over de kinderen, waarbij het contact tussen de vader en [kind 1] sinds eind 2012 is verbroken. De moeder heeft verzocht het omgangsrecht van de vader met [kind 1] te schorsen, hetgeen de rechtbank heeft toegewezen.
In hoger beroep heeft de vader verzocht de schorsing ongedaan te maken en omgangscontacten onder begeleiding te laten plaatsvinden. De moeder heeft incidenteel hoger beroep ingesteld om het omgangsrecht geheel te ontzeggen. Het hof overweegt dat de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord is en dat het kind in een loyaliteitsconflict verkeert. Gedwongen omgang zou het kind schaden.
Het hof vernietigt de schorsing als rechtsfiguur, maar wijst het verzoek van de vader tot omgang af en wijst ook het incidenteel beroep van de moeder af. Er wordt benadrukt dat toekomstig contact alleen onder begeleiding en na zorgvuldige voorbereiding mogelijk is. Het belang van het kind bij rust en stabiliteit staat voorop.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot omgang met [kind 1] af en bevestigt dat voorlopig geen omgang plaatsvindt vanwege het belang van het kind.