Uitspraak
de vrouw,
de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. In 2009 sloten zij een alimentatieovereenkomst waarbij de man €600 per kind per maand betaalde, bewust afwijkend van wettelijke maatstaven. De man verzocht in 2012 om deze bijdragen op nihil te stellen vanwege inkomensdaling, wat de rechtbank toewijst.
De vrouw gaat in hoger beroep en stelt dat de rechtbank ten onrechte de overeenkomst niet als zodanig heeft erkend en de strenge wijzigingscriteria niet heeft toegepast. Het hof oordeelt dat er wel degelijk sprake is van een overeenkomst met bewuste afwijking van de wettelijke maatstaven, waardoor wijziging alleen mogelijk is bij aantoonbare wijziging van omstandigheden volgens art. 1:401 lid 1 BW Pro.
Het hof beoordeelt dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn inkomen zodanig is gedaald dat ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet redelijk is. Ook de stijging van het inkomen van de vrouw rechtvaardigt geen wijziging. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de man af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatieovereenkomst af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.