Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de ontheffing van het ouderlijk gezag over [kind 1] centraal. De rechtbank had eerder de ouders ontheven van het gezag over hun kinderen, waaronder [kind 1]. De moeder ging in hoger beroep tegen de ontheffing van het gezag over [kind 1], terwijl de vader een voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde.
Het hof stelde vast dat de moeder en haar partner in staat zijn om hun jongste kind [kind 4] adequaat op te voeden en verzorging te bieden zonder dat ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Uit psychodiagnostisch onderzoek en raadsrapporten bleek dat de moeder ten tijde van de uithuisplaatsing van [kind 1] ongeschikt was, maar het hof oordeelde dat zij inmiddels voldoende bekwaam is om haar opvoedplicht te vervullen.
De moeder erkende dat het in het belang van [kind 1] is dat zij in het pleeggezin blijft wonen en berustte daarin. De vader werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet tijdig hoger beroep had ingesteld tegen het eerdere oordeel van de rechtbank. Het hof besloot de ondertoezichtstelling van [kind 1] ambtshalve te verlengen voor de duur van één jaar, gelet op de ontwikkelingsachterstanden en de behoefte aan stabiliteit van het kind.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd tussen de partijen, die voormalige echtgenoten zijn. Het hof vernietigde het deel van de beschikking dat de moeder ontheft van het gezag over [kind 1] en wees het verzoek van de raad tot ontheffing alsnog af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontheffing van het gezag door de moeder af, verklaart de vader niet-ontvankelijk en verlengt de ondertoezichtstelling van het kind voor één jaar.