ECLI:NL:GHARL:2014:1840
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R. Feunekes
- M.P. den Hollander
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Ontheffing gezag moeder en benoeming voogdij aan stichting volgens Wet op de Jeugdzorg
De moeder is ontheven van het gezag over haar minderjarige kind na langdurige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij pleegouders. De rechtbank had de stichting William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering als voogd benoemd, maar het hof vernietigt dit deel van de beschikking omdat deze stichting niet bevoegd is volgens artikel 1:302 BW Pro.
De minderjarige verblijft sinds zijn derde levensmaand bij pleegouders vanwege hechtingsproblematiek en ontwikkelingsachterstand. De moeder erkent haar ongeschiktheid voor verzorging en opvoeding, maar wenst het gezag te behouden als laatste band met haar kind. Het hof weegt echter het belang van het kind voorop, dat recht heeft op continuïteit, duidelijkheid en een stabiele opvoedingssituatie.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende zijn om de bedreiging van de ontwikkeling van het kind af te wenden en dat ontheffing van het gezag gerechtvaardigd is. De voogdij wordt toegewezen aan een andere stichting die wel bevoegd is volgens de Wet op de Jeugdzorg. De kosten van het hoger beroep worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het gezag en een bevoegde stichting wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.