Uitspraak
- mensenhandel, door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of het misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of van een kwetsbare positie, waardoor een ander(en) bewogen wordt/worden zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van arbeid en/of diensten zoals bedoeld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht en/of
- valsheid in geschrift zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek Pro van Strafrecht en/of
- (gewoonte) witwassen zoals bedoeld in (de) artikel(en) art 420bis en/of 420ter en/of 420quater Wetboek van Strafrecht
- met een auto op die [slachtoffer7] is ingereden en/of
- (vervolgens) naar die [slachtoffer7] is/zijn toegegaan en/of
- die [slachtoffer7] bij de keel/hals heeft/hebben vastgepakt en/of
- (vervolgens) de keel/hals van die [slachtoffer7] heeft/hebben dichtgeknepen en/of
- meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd, van die [slachtoffer7] heeft/hebben geslagen en/of
- tegen die [slachtoffer7] heeft/hebben gezegd dat hij een formulier (waarop stond dat hij [slachtoffer7] het geld waarop hij recht had, had ontvangen) moest tekenen en/of dat als hij dit niet zou doen hij doodgemaakt zou worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
1.Vrijspraakmotivering feit 1: Mensenhandel
"geen seks, geen werk".Het hof is van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte1] met zijn wijze van huisvesten van deze werkneemsters door middel van misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door toepassing van geweld het oogmerk van uitbuiting heeft gehad, te weten de seksuele uitbuiting bestaande uit eigen seksueel genot. Het huisvesten en/of vervoeren heeft er onder uitoefening van dwang/drukmiddelen toe geleid dat [slachtoffer1], [slachtoffer2] en [slachtoffer3] ook daadwerkelijk in een - seksuele - uitbuitingssituatie zijn beland, en belet werden zich hieraan te onttrekken.
seksueleuitbuiting. Ten aanzien van [slachtoffer5] merkt het hof in dat verband nog op dat het feit dat zij door [medeverdachte3] te werk werd gesteld en gebruik maakte van door [medeverdachte3] aangeboden huisvesting, tezamen met de aard van de toenadering die medegverdachte [medeverdachte1] tot haar zocht (zij heeft verklaard dat hij haar in de fabriek in haar billen heeft geknepen en haar een keer in de kleedkamer van achteren heeft gepakt) als voldoende wordt beoordeeld om aan te nemen dat ook in haar geval sprake is geweest van het oogmerk van seksuele uitbuiting, temeer omdat zij niet woonde in de woning aan de Smedenstraat, maar in een woning aan de [adres3] te Deventer.
in onderhavige zaakevenmin tot het oordeel dat dit een element is van een uitbuitingssituatie. Dat laat onverlet dat het uiterst ongewenst is wanneer een werknemer niet op de hoogte is van zijn precieze rechtspositie.
2.Bewijsoverweging feit 3: poging afpersing [slachtoffer7]
3.Bewijsoverweging feit 4: aanwezig hebben vuurwapen
4.Vrijspraakmotivering feit 5: Witwassen
- een bedrag van € 30.000,--, welk bedrag door [verdachte] van de bankrekening van [medeverdachte3] is gehaald en op 18 oktober 2010 aan [medeverdachte8] is overhandigd;
- een bedrag van € 207.619,33, zijnde het bedrag dat [verdachte] medeverdachte [medeverdachte1] privégelden hebben onttrokken aan [medeverdachte3];
- uitgekeerde zorgtoeslag die ten onrechte niet is uitgekeerd aan de medewerkers, in het vermogen van [medeverdachte3] is gebleven en kennelijk is gebruikt om algemene rekeningen mee te betalen.
LJNBM2471) volgt dat indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, dit delictsbestanddeel niettemin bewezen kan worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Bovendien is niet vereist dat het voorwerp
geheeluit misdrijf afkomstig is: ook een voorwerp dat gedeeltelijk is gefinancierd met crimineel geld en voor het overige met legaal geld is van misdrijf afkomstig (zogenoemde 'vermenging').
seksueleuitbuiting in de zin van art. 273f lid 1 sub 1 Sr schuldig gemaakt, gericht op eigen seksueel genot. Een en ander heeft tot gevolg dat de gelden waar [medeverdachte3] over kon beschikken in het kader van de bedrijfsvoering naar het oordeel van het hof als van legale herkomst zijn aan te merken.
uit enig misdrijfafkomstig zijn spreekt het hof hem ook vrij van het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.
5.Bewijsoverweging feit 6: valsheid in geschrifte
nietkomen vast te staan dat [medeverdachte5] en [medeverdachte6]ten aanzien van de in de tenlastelegging onder primair opgenomen documenten enige uitvoeringshandeling(en) hebben verricht dan wel in nauwe en bewuste samenwerking met een ander/anderen uitvoeringshandelingen hebben verricht. Evenmin acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte5] en [medeverdachte6]wisten dan wel redelijkerwijs moesten vermoeden dat de in de tenlastelegging opgenomen documenten vals waren opgemaakt. Van het opzettelijk van valse of vervalste geschriften gebruik maken - anders dan het in de administratie van [medeverdachte3] opnemen - is het hof derhalve voorts niet gebleken.
in de tenlastelegging opgenomen documentenvals waren opgemaakt. Naar het oordeel van het hof kan aldus niet bewezen worden dat [verdachte] zich in nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte1] schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift.
6.Vrijspraakmotivering feit 2: criminele organisatie
medeis het plegen van misdrijven. Of daarvan sprake is wordt hieronder besproken aan de hand van de misdrijven die het samenwerkingsverband volgens de tenlastelegging ten doel zou hebben gehad.
- naar die [slachtoffer7] zijn toegegaan en
- die [slachtoffer7] bij de keel/hals heeft vastgepakt en
- (vervolgens) de keel/hals van die [slachtoffer7] heeft dichtgeknepen en
- meermalen tegen het hoofd, van die [slachtoffer7] heeft/hebben geslagen en
- tegen die [slachtoffer7] heeft/hebben gezegd dat hij een formulier (waarop stond dat hij [slachtoffer7] het geld waarop hij recht had, had ontvangen) moest tekenen en/of dat als hij dit niet zou doen hij doodgemaakt zou worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
hij op 20 oktober 2010 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander één wapen van categorie III, te weten een gas/alarmpistool (merk Firat Magnum kal. 9mm P.A.), voorhanden heeft/hebben gehad.
nietaan het dossier zijn toegevoegd, volgt echter dat het om mannen gaat. Hoewel de inhoud van het gesprek (en die van andere in het dossier aangetroffen taps) getuigt van tenminste een nogal grof en smakeloos gevoel voor humor en weinig respect voor vrouwen, kan het betreffende gesprek vanwege die gebleken context niet dienen als bewijs voor het bestaan van een algemeen geaccepteerde cultuur binnen [medeverdachte3]dat de werkneemsters die als uitzendkracht werden aangenomen tevens beschikbaar geacht werden te zijn om naar goeddunken seksuele relaties mee te onderhouden.
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.