IV. Bewezenverklaring
36. Ik ben het eens met de rechtbank dat uit de gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, duidelijk de handelingen geworven, vervoerd en gehuisvest, het gebruik van dwangmiddelen en (het oogmerk van) uitbuiting van de vijf aangeefsters blijkt.
37. Verdachten hebben omdat ze handen te kort kwamen thuis mensen uit Indonesië geworven om in hun gezin te komen werken. Door de verdachte [verdachte] is gesproken met de vrouwen voordat ze kwamen. De reis is door verdachten bekostigd, na aankomst in Nederland of Belgie zijn de vrouwen door de verdachten, bij drie van de vijf samen opgehaald en naar de woning van verdachten vervoerd en daar gehuisvest.
Dwangmiddelen misleiding / misbruik maken van kwetsbare positie / misbruik vanuit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.
38. Daarnaast heeft de rechtbank terecht en op juiste gronden onder 4.3.4. geoordeeld dat de dwangmiddelen misleiding, misbruik maken van kwetsbare positie, misbruik vanuit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht bewezen kunnen worden verklaard.
39. T.a.v. de misleiding heeft de rechtbank terecht overwogen dat verdachte [verdachte] aangeefsters heeft misleid door hen betere voorwaarden voor te houden. Zij heeft ze voorgespiegeld dat zij een naar hun maatstaven “goed” salaris zouden verdienen. Hooguit zou licht huishoudelijk werk moeten worden verricht en zouden er gangbare vrije dagen zijn. Er is niet gesproken over 7 dagen in de week werken en dagen van meer dan 12 uur werken. Wat betreft het oppaswerk is evenmin een reëel beeld van de werkelijkheid voorgehouden. Over het moeten inleveren van het paspoort, en daarmee bewegingsvrijheid, is evenmin vooraf gesproken.
40. Aangekomen in Nederland werden aangeefsters direct ondergebracht in de woning van de twee verdachten. Ze hadden geen arbeidscontract, sofinummer, waren niet verzekerd en hun huisvesting was direct gekoppeld aan het werk. Geen van de aangeefsters sprak Nederlands of voldoende Engels.
41. Daarnaast wisten verdachten dat de aangeefsters uit slechte financiële omstandigheden kwamen. Dat ze geen Nederlands spraken en onbekend waren met de Nederlandse cultuur. Verdachten betaalden het geringe loon niet of slechts gedeeltelijk uit. Aan aangeefsters [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [betrokkene 2] , is op het moment dat zij wilden vertrekken of in ieder geval bij het gezin weg waren, voorgehouden dat zij nog een schuld hadden die zij moesten afbetalen. Ze beschikten in Nederland niet over eigen financiële middelen.
42. Daarnaast hadden alle aangeefsters niet de beschikking over hun eigen identiteitspapieren en wisten ze dat ze geen legale verblijfstatus in Nederland hadden. De rechtbank heeft terecht overwogen dat aangeefsters vreesden voor politiecontrole, welke vrees door verdachten op zijn minst genomen is aangewakkerd. Door deze omstandigheden bevonden aangeefsters zich in een kwetsbare en afhankelijke positie ten opzichte van beide verdachten.
Oogmerk van Uitbuiting?
43. Kan dan ook het oogmerk van uitbuiting worden bewezen? Uitbuiting gaat om de schending van fundamentele mensenrechten. Uitbuiting ziet op de onmogelijkheid om zich aan een bepaalde situatie te onttrekken. Het houdt verband met het belang van het individu op behoud van lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.
44. Zoals uiteengezet door de Hoge Raad is voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van uitbuiting in de zin van art. 273f Sr, niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. “
Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en bet economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.”
45. Voor de weging of er in deze zaak sprake is van uitbuiting staat voorop dat de hier in Nederland gebruikelijke arbeidsomstandigheden het referentiekader zijn. Naar het oordeel van het openbaar ministerie weken de arbeidsomstandigheden van de aangeefsters aanzienlijk af van wat hier gebruikelijk is.
46. Ik verwijs hiervoor naar de verklaring van verdachte [medeverdachte] die met zoveel woorden zegt dat ze op zoek waren naar een hulp die doorlopend beschikbaar was en dat zijn vrouw de situatie wenste zoals zij dat vroeger zelf ook gewend was in Indonesië, iemand die in huis woonde. Dat voor een salaris van € 350,00 met kost en inwoning wijkt aanzienlijk af van wat hier in Nederland gebruikelijk is. De officier van justitie heeft het uitgetekend en opgenomen in haar requisitoir. Aangeefsters zouden bij een salaris van € 350.00 euro per uur nog geen 80 cent per uur verdienen. Daarnaast is het salaris in veel gevallen niet of deels niet uitbetaald. Door het op deze wijze voorzien in huishoudelijke hulp en oppas voor je kinderen hebben verdachte een onevenredig voordeel geleverd. Daarnaast gaat het niet om een incident maar hebben verdachten vijf vrouwen over een periode van anderhalf jaar op deze wijze uitgebuit.
47. Aangeefsters waren buiten de arbeidssituatie volledig afhankelijk van verdachten zowel voor het opladen van de telefoonkaart, als voor het eten en de huisvesting. Aangeefsters zijn naar het oordeel van het openbaar ministerie in een situatie gebracht dan wel gehouden waarin zij redelijkerwijs geen andere keuze hadden. Aangevers hebben in een uitbuitingssituatie verkeerd en het is oogmerk van verdachten geweest om aangevers in die situatie te brengen en te houden en hun opzet was erop gericht zichzelf door die uitbuiting te bevoordelen.
48. Ik kom op basis van de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, tot dezelfde bewezenverklaring voor feit 1 voor beide verdachten.”
9. In aanvulling hierop heeft de advocaat-generaal, blijkens voormeld proces-verbaal van de terechtzitting, het volgende aangevoerd:
“Op de terechtzitting van heden is naar voren gekomen dat de verdachten voor ogen hadden dat iemand dag en nacht beschikbaar was, in verband met de ziektes van de kinderen. Dat concept bestaat niet in Nederland, de werkweek van een au pair is gemaximeerd tot een dertig uren, met twee vrije dagen. De verdachte heeft vandaag ter terechtzitting verklaard dat de aangeefsters beschikbaar moesten zijn vanaf het moment dat zij opstonden. Zij moesten werkzaamheden in het huishouden verrichten en slapen met de kinderen, om ze rustig te houden. Er zijn geen afspraken gemaakt over op welk tijdstip de aangeefsters klaar waren met werken. De aangeefsters hebben verklaard dat als de verdachten gingen slapen, er nog huishoudelijk werk werd verricht.”
10. De raadsvrouw en de raadsman van de verdachte en de medeverdachte hebben aan de hand van hun gezamenlijke aan het hof overgelegde pleitnotities het woord tot verdediging gevoerd in de zaken van de beide verdachten. De voor de beoordeling van het middel relevante onderdelen van dit pleidooi houden het volgende in (met weglating van de voetnoten):
“Cliënte is Indonesisch en komt uit een Indonesisch gezin en cultuur waarin een hulp bij de kinderen een eeuwenoud ingeburgerd verschijnsel is, waarbij in sommige gevallen wellicht misstanden zullen bestaan, doch dat in zijn algemeenheid en gebruikelijk een normale functie en bestaan betreft, waarbij de hulp in feite vaak een deel van het (“extended”) gezin wordt en nog jaren na het al volwassen worden van de kinderen nog contact zal houden met het gezin. Cliënte is ook zelf op die wijze grootgebracht en had altijd 2 kinderhulpen die haar verzorgden naast haar moeder. Cliënte woonde weliswaar op enig moment in Nederland en is inmiddels gehuwd met een Nederlander, doch kon nimmer volledig aarden en voelde zich vaak eenzaam en koud bejegend door Nederlanders en ging sociaal, net als haar hier wonende moeder, die zij verzorgde, voornamelijk met Indonesische kennissen om en sprak daardoor, zeker ten tijde van de tenlastegelegde periode nog steeds niet vloeiend Nederlands en voelde grote verbondenheid, zo niet heimwee met haar geboorteland en haar familie daar met goede herinneringen aan haar eigen jeugd met haar toenmalige kinderverzorgers met wie zij altijd een nauwe band hield.
Cliënte werd echter op enig moment geconfronteerd met het feit, dat haar drie kinderen medische problemen, met name longproblemen hadden en zij zelf zodanig ernstig chronisch eczeemklachten had, dat het tillen en in bad doen van de toen kleine kinderen niet aankon en haar door de dermatoloog was aangegeven, dat zij vanwege die aandoening niet met badwater e.d. diende bezig te zijn en voortdurend pijn heeft aan haar handen.
[…]
In de aanvang van de tenlastegelegde periode was cliënte zwanger, doch tijdens de tenlastegelegde periode is zij bevallen van nog een kind.
U beschikt ook over de verklaring van de kinderarts [betrokkene 17] en de brieven van cliëntes dermatoloog [betrokkene 18] ter ondersteuning van deze gegevens en omtrent de bijzondere gezondheidsproblemen van de kinderen van cliënten.
[…]
Vanwege de bijzondere longproblemen van de kinderen dient cliënte vaak plotseling naar het ziekenhuis te gaan voor hulp, hetgeen tijdens haar detentie een voortdurende angst was bij gebreke aan zicht op de voorzieningen daarvoor. Vooral omdat de kinderen ook 's nachts ineens te benauwd kunnen zijn.
Daarom sliep cliënte altijd met haar kinderen in dezelfde slaapkamer, zodat cliënten direct konden ingrijpen met medicatie of ziekenhuisbezoek/ambulance.
Cliënten leefden thuis, maar ook tijdens haar detentie in een voortdurende angst over haar kinderen.
[…]
Maar ook wordt verwezen naar het betoog van cliënte in eerste instantie betreffende de gezondheid van de kinderen en van cliënte en de impact die die gezondheidsbeperkingen en zorg had en heeft op het leven van cliënten en de komst van de oppassers.
[…]
Onderstaand geef ik weer de verklaring van de kinderarts [betrokkene 17] ter illustratie van de voor cliënte zeer stressvolle situatie waarin zij door anderen werd gezegd om hulp als oplossing te nemen.
Hierbij deel ik u op verzoek van de ouders mee dat [betrokkene 6] , geboren [geboortedatum] -2010 vanaf 30-11-2010 bij mij bekend is met problemen van astma en allergie. Hij werd een aantal malen opgenomen in het ziekenhuis met forse benauwdheid. Hij werd behandeld met anti allergische medicatie. Jarenlang heeft hij veel medicatie nodig gehad. Het laatste jaar gaat het beter.
Zijn broer [betrokkene 8] , geboren [geboortedatum] -2014 is vanaf augustus 2014 bij mij onder behandeling. Met name had hij last van koemelkallergie waarvoor een behandeling nodig was met antiallergische voeding. Zijn luchtwegen zijn wat rustiger. Onlangs werd besloten tot ontslag.
Hun zusje [betrokkene 7] , geboren [geboortedatum] -2012 is onder controle vanaf juli 2012. Zij lijkt meer op de oudste jongen. Zij werd ook enkele malen opgenomen en heeft bij periodes veel medicatie nodig voor de luchtwegen. Er zijn nu ook periodes dat het beter gaat.
In eerste instantie is voorts beschreven hoe zij met de hulp in contact is gekomen.
Cliënte is dus op enig moment benaderd of zij dan niet hulp zou wensen bij haar kinderen en de neef van [betrokkene 3] (Z2), [betrokkene 13] bemiddelde daarbij, maar ook [betrokkene 14] , de oude oppas van cliëntes vriendin kende twee buren, die wel interesse hadden cliënte te helpen. Aldus is het traject van hulp opgestart eindigend in de B8 fuik qua waarheidsvinding.
Het gaat in feite in deze om aangeefsters, die hetzij via [betrokkene 13] , dan wel [betrokkene 14] dan wel elkaar of een bemiddelingsbureau naar Nederland zijn gereisd, dergelijke hulp al eerder deden in Indonesië, dan wel in Maleisië of elders en dus zonder meer als zelfstandig beslissende personen konden worden aangemerkt.
[betrokkene 3] zegt bij voorbeeld, dat zij via de [A] naar Nederland is gekomen en ook al in Indonesia als oppas functioneerde. Volgens de site van die [A] levert die babysitters, chauffeurs en verplegers. In haar verklaring van 17 maart 2014 geeft zij aan nu kosteloos te wonen bij een [betrokkene 19] en deze man via [betrokkene 2] te kennen en dat zij af en toe massages voor vrienden van [betrokkene 19] geeft tegen een kleine vergoeding! De bewuste [betrokkene 2] blijkt via ene [betrokkene 12] hier terecht te zijn gekomen, die haar visum regelde.
[betrokkene 5] blijkt volgens haar verklaring via de vriendin van de buurman in Nederland terecht te zijn gekomen en geeft aan aanvankelijk naar Taiwan te willen gaan. [betrokkene 14] zou voor alle papieren hebben gezorgd. Zij zou samen met [betrokkene 4] hebben gereisd.
Helder is, dat cliënte geen visa noch overtocht heeft verzorgd, doch slechts reiskosten vergoede. De rechtbank lijkt volledig voorbij aan die achtergrond en reisgegevens en onderlinge banden te zijn gegaan, maar ook voorbij gegaan aan alle gegevens rond de aangeefsters en hun absolute voorkennis van de verblijfs- en werkomstandigheden in Nederland en cliente.
Duidelijk moge ook zijn, ook uit het dossier, dat:
- Cliënte al een vergoeding zond voordat men naar Nederland afreisde voor de reis
- De paspoorten eventueel in een la, die vrijelijk toegankelijk was werden bewaard net als en bij de paspoorten van het gezin ter voorkoming dat deze kwijtraakten en de aangeefsters die zijn vertrokken hun paspoorten ook ter beschikking hadden kennelijk.
- Aangeefsters hebben zelf verder met eventuele derden gezorgd voor visa en zijn ook met visa naar Nederland vertrokken.
- Men was vrij de woning te verlaten. Nog sterker men beschikte over OV kaarten, zoals ook zijn aangetroffen.
Gewezen wordt op A.06 088-090: betreffende de OVchipkaart aangeschaft voor aangeefster Z3 in de periode dat zij bij cliënten verbleef. Op welke manier strookt dat met haar uitspraak dat zij niet zelfstandig naar buiten mocht en niet zelf kon reizen? Voorts wordt gewezen op
A.06 096-099: betreffendeeen OV chipkaart aangeschaft voor aangeefster Z1 in de periode dat zij bij cliënten verbleef. De aangeefsters hadden de beschikking over allerlei communicatiemiddelen met internetverbindingen, zoals Iphones, Ipads, computergebruik en bleken, zoals uit het forensisch onderzoek ook blijkt een zeer sociaal internetleven op na te houden, o.a. zoals [betrokkene 1] (ZD1) door middel van SMS en Emailverkeer met haar ex op de zwarte Acer van cliënte. Aangeefster [betrokkene 2] (ZD3) bleek allerlei contacten te hebben met verschillende mannen in Nederland, Iran en ook afspraken te hebben daarmee. Zij bleek ook een eigen Tablet te hebben gekregen voor haar internetgebruik van cliënt.
Nog sterker uit de chatberichten bleek zij zo ongeveer 10 mannelijke vrienden mee te socialiseren.
[betrokkene 3] (ZD2) bleek meestal op de witte laptop van cliënte contact te onderhouden met haar man.
Uit de door de verdediging ingebrachte foto's wordt ook duidelijk, dat men volledig in het leven stond ook buiten de deur en gewoon shopte en uitjes meemaakte en zelfs bij de dr werd gebracht ( [betrokkene 20] ) en daar dan aangaf niet terug vooralsnog naar Indonesië te willen als de dokter dat vroeg en dus niet in een schuur door te brengen, een kennelijke onwaarheid van Z2, [betrokkene 3] , die blijkbaar in het licht van de B8 regeling werd geuit dan wel uit wraak vanwege de ruzie/onenigheid die in 2013 was ontstaan na haar vreemde gedrag.
U heeft bovendien kennis kunnen nemen van het filmpje van haar bezoek aan de arts en haar kennelijke leugenachtigheid over haar nierkwaal, die zij kennelijk al jaren had voor haar komst naar Nederland en niet pas door haar vermeende slechts omstandigheden in Nederland.
Ten aanzien van aangeefster Z2 mbt haar gezondheidsklachten, welke zij meent te hebben opgelopen door het zogenaamde non-stop werken, moet worden geconcludeerd, dat ook dit in strijd met de waarheid moet worden geacht. Zo gaf zij ook aan dat zij van de trap was gevallen en niet verzorgd werd en zelfs in een schuurtje zou hebben gelegen. Nu wordt zelfs immateriële schade gevorderd a 7000 euro.
Omdat cliënte haar ziektebeeld, dat ik in de voetnoot beschrijf, niet vertrouwde had zij haar naar de arts gebracht juist en dat bezoek vervolgens opgenomen, zoals in de bijlage in eerste instantie wordt weergegeven. Gewezen wordt ook op dat filmpje daarvan.
Qua vreemd ziektebeeld en gedrag volgt hier een korte samenvatting van die gang naar de arts met Z2 en de zorg dus voor haar gezondheid is als volgt. De langere versie, zoals cliënten beschrijven met dus alle details treft u in de voetnoot.
[…]
- Cliënten zijn overigens in augustus 2012 nog naar Indonesië voor 5 weken op vakantie geweest, zoals uit de bijlage in eerste instantie blijkt, een toch redelijk vrije periode voor Z3.
- Uit het dossier en forensisch onderzoek blijkt bovendien dat de aangeefsters gewoon zelfs uitgaan en op internet daarvan gewag doen.
In ieder geval is [betrokkene 1] in het Dauphine restaurant en het Amstelhotel op 26 december 2011 en naar de beurs in Utrecht geweest, is [betrokkene 3] voor een lunch in het Okura hotel op 29 november 2013, is [betrokkene 2] o.a. in september 2012 naar een feest van een kennis in Amstelveen en [betrokkene 4] in april 2014 naar een feest van ene [betrokkene 21] in Den Haag, naar Koningsdag en [betrokkene 5] bij bekenden op een feest op 23 april, Koningsdag enz
De foto's tonen feestende aangeefsters, zeer goed opgemaakt en gekleed en duidelijk vrolijk en vrij. Voor kleding, eten, voor alles werd in feite gezorgd
In dat kader kan worden gewezen op bijvoorbeeld de 2 euro disney pasjes van [betrokkene 22] en [betrokkene 23] van 2013, die zijn aangetroffen. Zij zijn 2 maal met cliënten mee geweest op vakantie. Eenmaal iets van 5 dagen naar Eurodisney en nog een keer met een bus naar Eurodisney, Lourdes, Barcelona (ongeveer 2 weken).
- de woning was niet op slot, de sleutels hingen gewoon bij de deuren, [betrokkene 3] bleek zelfs op 16 december 2013 de sleutel van het huis en van de Toko van cliëntes ouders meegenomen te hebben toen zij weg was gegaan.
- als cliënten weg waren voor respectievelijk werk of doktersbezoek of boodschappen enz, waren aangeefsters gewoon in de woning en konden zij naar buiten. Geregeld kwamen de Nederlandse en Indonesische vrienden en vriendinnen van cliënte op bezoek, personen, die nota bene de Indonesische taal vooral spraken en dus zonder meer aanspreekbaar waren voor aangeefsters.
- Men kon en ging ook gewoon zelfstandig naar de speeltuin, ging mee naar bezoeken van vriendinnen, naar artsen, ziekenhuis, etentjes, zoals in het Okura, uitjes zoals Volendam, hotels, gymlessen, tennislessen, paardrijlessen enz enz.
- cliënte was een thuisverblijvende moeder, die bovendien zelf ook steeds kookte of eten haalde en alle boodschappen deed en dus vooral heel veel ziekenhuis en artsenbezoek maar ook het halen en brengen van de kinderen deed. Cliënte maakte vooral de woning zelf schoon (badkamer, toilet, slaapkamers cliënte en van kinderen), zoals in feite ook uit het dossier blijkt.
Zij sliep bovendien met haar kinderen vanwege hun mogelijk urgente medische situatie.
De woning was slechts 150 m2 en kan in feite ook logistiek nauwelijks enigerlei bijzondere werkzaamheden van enige zwaarte hebben gegenereerd, zeker nu ook de aangeefsters in feite aangeven, als zij het al over schoonmaken hebben, dat er zou zijn gestreken of de eigen kamer werd schoongehouden.
Feitelijk kan slechts over zeer lichte werkzaamheden worden gesproken en was men vooral doende met de kinderen om met hen te spelen en aanwezig te zijn.
- Er waren bovendien meestal twee oppassen tegelijk, naast dus cliënte, die dus ook veel met de kinderen op pad was en moest zijn en de oudste die nota bene ook nog kort op een kinderopvang was.
In dat kader wordt opgemerkt:
[betrokkene 6] is in 2012 heel even op de kinderopvang geweest, start 04-09-2012, maar kon dat geen 2 weken volhouden omdat hij niet kon wennen zonder zijn moeder. Dat was in de periode dat aangeefster Z3 ( [betrokkene 2] ) aanwezig was. Dit was vlak nadat cliënten van vakantie in Indonesië van bijna 5 weken.
[betrokkene 6] is in augustus 2014 gestart op de [school] . [betrokkene 7] is augustus 2015 gestart op dezelfde school. [betrokkene 8] zou de destijds komende augustus 2017 ook op dezelfde school starten.
De rechtbank heeft al deze objectieve feiten genegeerd en ook niet nader willen onderzoeken. Alles ten faveure van de overtuiging dat cliënten schuldig zouden zijn.
- De aangeefsters geven overigens zeer tegenstrijdige verklaringen over cliëntes aanwezigheid, enkele voorbeelden:
o [betrokkene 1] , die via haar neef bij cliënte terecht kwam en [betrokkene 3] zeggen dat cliënte de hele dag weg was
o [betrokkene 2] : zegt dat cliënte de gehele dag achter de laptop zat, een wrange en kwaadwillige opmerking in het licht van het feit, dat deze [betrokkene 2] kennelijk volgens het forensisch onderzoek zelf de hele tijd datingsites bezocht op het internet.
De rechtbank meende het bewijs te mogen putten uit de vermeende grote lijnen van gelijkheid van de verklaringen van de aangeefster. Alsof gedeelde leugens een waarheid vormen.
Verklaringen waarmee nota bene direct toch al de wijze opvalt waarop dergelijke overeenkomsten en verschillen lijken samen te vallen met wie welke aangeefsters met elkaar contact hebben gehad voor het afleggen van hun verklaringen.
- Men verklaart ook opvallend verschillend over de uren die men zou oppassen of vermeend andere werkzaamheden doen.
[betrokkene 5] zegt 5 mei 2014 tegen de politie nadat zij elders heeft doorgebracht en niet meer te traceren is wie zij nu waarover heeft gesproken over de voorliggende zaak, bij voorbeeld dat zij startte als de kinderen wakker werden om 8.00 uur in de ochtend en dat dit alles duurde tot 20.00 uur en dat cliënte het dan overnam en daarna wat strijkwerkzaamheden waren. Zij zegt nog zelf besloten te hebben pas te eten na het werk en dat niets werd opgedragen door cliënte, kleding kregen van cliënte en konden eten wat men wilde en cliënte de boodschappen deed en de aangeefsters niet hoefden te koken, dat cliënt voor haar geld had overgemaakt en dat cliënte voor haar verder zou sparen. Zeer opmerkelijk is, dat zij zegt in Maleisië dezelfde oppaswerkzaamheden te hebben gehad. Het paspoort had zij aan cliënte gegeven voor de veiligheid.
Zoals u wellicht weet, ging cliënte om 20.00 uur met de kinderen slapen en trokken zij en de kinderen zich dus terug.
[betrokkene 5] lijkt in feite door de verbalisanten te worden overgehaald aangifte te doen en zich ineens benadeeld te voelen, maar geeft in feite aan omdat zij nu niet meer betaald werd, namelijk door de aanhouding van cliënte!
In dit dossier gaat het dus om het oppassen binnen een enkel gezin door personen, die daartoe naar Nederland reisden, de reis altijd vergoed kregen en hier oppasten omdat cliënte lichamelijk ook vanwege haar eigen gezondheid en die van haar kinderen, maar ook vanwege haar eigen culturele en psychische bagage het zelf niet aankon. Het ging om een korte tijdelijke situatie waartoe de aangeefsters zelf de papieren regelden al of niet via derden en bekend waren ook uit eigen ervaring en achtergrond wat hun werkzaamheden inhielden, namelijk het vooral helpen met de kinderen en daartoe vrij waren te bewegen en te feesten en sociale contacten te onderhouden en feitelijk geen bijzondere andere arbeid verrichten in de kleine woning met vooral cliënte die schoonmaakte en boodschappen deed en eten verzorgde, waarbij de vergoedingen met hun instemming hetzij gedeeltelijk werden verstrekt en/of werden overgemaakt naar hun familie en waarbij bovendien zij in feite geen kosten in Nederland zelf hoefden te maken.
Voor kleding, eten, uitgaan, communicatiemiddelen werd steeds gezorgd, zoals in feite blijkt.
Van enigerlei voordeel noch uitbuiting, noch dwang, noch bedrijfsmatigheid of gewoonte in deze blijkt, laat staan in dubbele opzettelijke zin.
De aangeefsters waren zoals aangegeven, bekend met het oppassen uit ervaring.
In dat kader wijs ik op een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 november 2011,13-693005-11 (niet gepubliceerd maar wel aangehaald in het zevende rapport van de rapporteur mensenhandel).
Overigens acht de rechtbank naast een aantal dwangmiddelen in ieder geval de gedragingen waarin sprake was van huiselijk geweld, maar niettemin ziet de rechtbank in die zaak geen causaliteit tussen het (blijven) werken in de prostitutie en de dwangmiddelen. De rechtbank legt weliswaar de relatie tussen de ongelijkwaardigheid en het huiselijk geweld maar acht niet aannemelijk dat verdachte van de kwetsbare positie van het slachtoffer misbruik heeft gemaakt. De rechtbank benoemt de kwetsbaarheid van het slachtoffer maar ziet kennelijk in het feit dat zij voordat zij verdachte kende al in de prostitutie zat aanleiding om haar te zien als 'mondige Nederlandse prostituee en spreekt verdachte vrij van mensenhandel huisvesting en vervoeren bewezen, maar acht de intentie om er financieel beter van te worden niet aanwezig en spreekt ook van sub 1 vrij.
Duidelijk is, dat de aangeefsters onderling en met derden contact hebben over hun verklaringen en kennelijk worden beïnvloed. En wellicht nog in de meest beslissende mate door de wijze waarop zij zijn bevraagd door de politie en geïnstrueerd/voorgelicht over de B8 regelingen en de band daartussen met het doen van aangifte en een verblijfsvergunning en een uitkering.
[…]”
11. De raadsvrouw van de verdachte heeft dit pleidooi ter terechtzitting aangevuld. Daarover relateert meergenoemd proces-verbaal:
“[…]
Desgevraagd deelt mr. I.N. Weski ten aanzien van pagina 41 van de pleitnotities, over de verschillen in de vertaling tussen hetgeen [verdachte] stelt te hebben gecommuniceerd en hetgeen in het dossier wordt weergegeven, mee:
Er staat in de tekst van het sms-bericht van 31 december 2019, 9:3 1:21, index 123 letterlijk het woord ‘gevangene', maar de verdachte [verdachte] bedoelde dat aangeefster [betrokkene 1] de gevangenis in zou moeten. Mocht het hof dit sms-bericht als bewijsmiddel willen bezigen, dan zou het naar mening van de verdediging alsnog vertaald moeten worden door een tolk.
Het hof onderbreekt het onderzoek ter terechtzitting voor beraad in de raadkamer. Na hervatting van het onderzoek ter terechtzitting verzoekt de voorzitter de aanwezige tolk het sms-bericht van 31 december 2011, index 123 te vertalen naar het Nederlands.
De tolk vertaalt het sms-bericht als volgt:
“ [betrokkene 13] wat is jouw volledige adres. [medeverdachte] en ik hebben dit serieus nodig want jouw familie heeft nog schuld bij ons. Dus wij moeten weten waar hij of zij naartoe gaat. [betrokkene 1] is een gevangene zolang de schulden nog niet afbetaald zijn. Als je niet reageert en niet eerlijk bent dan zullen wij [betrokkene 1] naar de politie brengen omdat zij schulden heeft en niet bereid is te betalen.”
De raadsvrouw deelt mede:
Deze vertaling lijkt een middenweg te zijn. Uit de rest van het gesprek volgt wel dat ze spreekt over het doen van aangifte en naar de politie gaan.”
12. De advocaat-generaal en de raadsman zijn voorts in de gelegenheid gesteld het woord respectievelijk in repliek en dupliek te voeren. De repliek van de advocaat-generaal houdt onder meer in:
“Vaststaat dat wij vandaag op de terechtzitting van de verdachte [verdachte] hebben gehoord hoe de situatie daadwerkelijk was. Verdachten wilden een zelfde situatie zoals in Indonesië creëren, namelijk dat er altijd een nanny beschikbaar was. Zij zochten voor het salaris aansluiting bij wat de aangeefsters in Indonesië verdienden. Dit zijn allemaal factoren die enkel al volgen uit de verklaring van de verdachte [verdachte] zelf, waardoor ik al tot de conclusie kom dat de verdachten het oogmerk tot uitbuiting hadden.
Ten aanzien van de paspoorten van de aangeefsters heeft de verdachte [verdachte] verklaard dat zij deze goed had opgeborgen uit angst voor ontvoering. Hoe waren de aangeefsters dan vrij om te gaan en staan waar zij wilden? Opvallend is dat de aangeefsters op feestdagen vaak met de verdachten meegingen. Dit wordt gepresenteerd als een aardigheid, maar ik zie op de beelden van het Amstelhotel dat de twee vrouwen doorlopend met de kinderen bezig zijn, terwijl [verdachte] en [medeverdachte] de cadeaus uitpakken. Ik zie weliswaar dat er cadeautjes naar [betrokkene 1] gaan, maar feit blijft dat zij ook op die momenten de zorg droeg voor de kinderen. Daarbij heeft de verdachte verklaard dat zij de aangeefsters zag als een onderdeel van haar gezin. Dat strookt niet met haar verklaring dat zij bang was dat haar kinderen door de aangeefsters ontvoerd zouden worden.
Het standpunt van de verdediging, dat de verdachten geen voordeel van de uitbuiting hebben genoten omdat de aangeefsters uitsluitend een kostenpost waren, vind ik onbegrijpelijk. Ik begrijp dat als je 24 uur per dag opvang van de kinderen wilt hebben, je daar een kapitaal aan kwijt bent, maar de verdachten hebben hier enorm veel geld op bespaard. Het maakt voor mij geen verschil dat de verdachten kosten hebben gemaakt voor kost en inwoning en voor de vliegtickets. Dit komt nog steeds niet in de buurt van het in Nederland gangbare minimumloon.
Dat de aangeefsters er bewust voor hebben gekozen om meer te gaan verdienen in Nederland is in deze zaak niet aan de orde, omdat de verdachten aansluiting zochten bij de Indonesische lonen. De aangeefsters waren ver weg van hun gezin, zonder paspoort. Als zij hun familie wilde bellen, waren zij hun inkomen al bijna kwijt.
De verdediging heeft jurisprudentie over mensonterende omstandigheden aangehaald. Ik wijs op de conclusie van de advocaat-generaal mr. P.C. Vegter, ECLI:NL:PHR:2018:1514. De aangeefsters waren in alle omstandigheden volledig afhankelijk van de verdachten. Ook met inachtneming van de jurisprudentie kom ik tot een bewezenverklaring van mensenhandel.