Uitspraak
zij in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer en/of [plaats], in ieder geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande (onder meer) uit [medeverdachte1] en/of [medeverdachte2] en/of [medeverdachte4] en/of [medeverdachte5] en/of [medeverdachte6] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
- mensenhandel, door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of het misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of van een kwetsbare positie, waardoor een ander(en) bewogen wordt/worden zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van arbeid en/of diensten zoals bedoeld in artikel 273F Wetboek van Strafrecht en/of
- valsheid in geschrifte zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek Pro van Strafrecht, en/of
- (gewoonte)witwassen zoals bedoeld in (de) artikel(en) 420bis en/of 420ter en/of 420quater Wetboek van Strafrecht één en ander gepleegd ten aanzien van meerdere, althans één, van haar werknemer(s).
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, en/of [plaats] althans in Nederland en/of Polen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) ander(en) genaamd: [benadeelde1] en/of [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of [slachtoffer4]en/of [slachtoffer5] en/of [slachtofer6] en/of [slachtoffer3] en/of een of meer andere personen
zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruikt heeft gemaakt van een of meer na te noemen valse of vervalste kwitanties en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) en/of leningovereenkomst(en) en/of uitzendovereenkomst, te weten:
zij op of een meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal 278.208 euro), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal 278.208 euro), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
1.Vrijspraakmotivering ten aanzien van feit 2: mensenhandel
"geen seks, geen werk".Het hof is van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte1] met zijn wijze van huisvesten van deze werkneemsters door middel van misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door toepassing van geweld het oogmerk van uitbuiting heeft gehad, te weten de seksuele uitbuiting bestaande uit eigen seksueel genot. Het huisvesten en/of vervoeren heeft er onder uitoefening van dwang/drukmiddelen toe geleid dat [slachtoffer1], [slachtoffer2] en [slachtoffer3] ook daadwerkelijk in een - seksuele - uitbuitingssituatie zijn beland, en belet werden zich hieraan te onttrekken.
seksueleuitbuiting. Ten aanzien van [slachtoffer5] merkt het hof in dat verband nog op dat het feit dat zij door [verdachte] te werk werd gesteld en gebruik maakte van door [verdachte] aangeboden huisvesting, tezamen met de aard van de toenadering die medegverdachte [medeverdachte1] tot haar zocht (zij heeft verklaard dat hij haar in de fabriek in haar billen heeft geknepen en haar een keer in de kleedkamer van achteren heeft gepakt) als onvoldoende wordt beoordeeld om aan te nemen dat ook in haar geval sprake is geweest van het oogmerk van seksuele uitbuiting, temeer omdat zij niet woonde in de woning aan de [adres1], maar in een woning aan de [adres3] te Deventer.
seksueleuitbuiting en zal verdachte hiervan vrijspreken.
in onderhavige zaakevenmin tot het oordeel dat dit een element is van een uitbuitingssituatie. Dat laat onverlet dat het uiterst ongewenst is wanneer een werknemer niet op de hoogte is van zijn precieze rechtspositie.
2.Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3: valsheid in geschrifte
nietkomen vast te staan dat [medeverdachte5] en [medeverdachte6] ten aanzien van de in de tenlastelegging onder primair opgenomen documenten enige uitvoeringshandeling/uitvoeringshandelingen hebben verricht dan wel in nauwe en bewuste samenwerking met een ander/anderen uitvoeringshandelingen hebben verricht. Evenmin acht het hof wettig en overtuigen bewezen dat [medeverdachte5] en [medeverdachte6] wisten dan wel redelijkerwijs moesten vermoeden dat de in de tenlastelegging opgenomen documenten vals waren opgemaakt. Van het opzettelijk van valse of vervalste geschriften gebruik maken - anders dan het in de administratie van [verdachte] opnemen - is het hof derhalve voorts niet gebleken.
LJNBX5140).
3.Vrijspraakmotivering ten aanzien van feit 4: (gewoonte)witwassen
LJNBM2471) volgt dat indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, dit delictsbestanddeel niettemin bewezen kan worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Bovendien is niet vereist dat het voorwerp
geheeluit misdrijf afkomstig is: ook een voorwerp dat gedeeltelijk is gefinancierd met crimineel geld en voor het overige met legaal geld is van misdrijf afkomstig (zogenoemde 'vermenging').
seksueleuitbuiting in de zin van art. 273f lid 1 sub 1 Sr schuldig gemaakt, gericht op eigen seksueel genot. Een en ander heeft tot gevolg dat de gelden waar [verdachte] over kan beschikken in het kader van de bedrijfsvoering naar het oordeel van het hof als van legale herkomst zijn aan te merken.
uit enig misdrijfafkomstig zijn, spreekt het hof verdachte voorts vrij van het haar onder subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.
4.Vrijspraakmotivering ten aanzien van feit 1: criminele organisatie
,[medeverdachte4] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten mensenhandel, gewoontewitwassen en valsheid in geschrifte.
medeis het plegen van misdrijven. Of daarvan sprake is wordt hieronder besproken aan de hand van de misdrijven die het samenwerkingsverband volgens de tenlastelegging ten doel zou hebben gehad.
NK1986/295). Ten laste is gelegd en bewezen is verklaard dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het gebruik maken van vals(e) geschrift(en), bestaande dat gebruik (telkens) hierin dat die valse geschriften zijn opgenomen in de (kas)administratie van [verdachte]. Niet is bewezen dat die administratie (ter misleiding) ten opzichte van derden zijn gebezigd. Naar het oordeel van de hof is het enkele opnemen in de (kas)administratie gelet op voormelde jurisprudentie niet strafbaar ex artikel 225 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht.
nietstrafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.