Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant trad op 1 juli 2006 in dienst bij geïntimeerde met de functie van aankomend voorman binnen een WSW-dienstverband, waarbij de CAO Sociale Werkvoorziening van toepassing is. Hij vorderde in hoger beroep een verklaring voor recht dat hij vanaf die datum ingeschaald diende te worden als werkleider (schaal F) en betaling van het loonverschil.
De kantonrechter oordeelde dat appellant niet als werkleider was aangenomen maar deze functie slechts waarnam met het oog op toekomstige beoordeling en scholing. Het hof onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat de persoonlijke toelage en latere inschaling op schaal D1 trede 2 financieel gunstiger waren dan het functieloon van werkleider. Tevens is geen sprake van verzuim door geïntimeerde om het opleidingstraject uit te voeren.
Het beroep op artikel 26 lid 2 CAO Pro, dat een sanctie inhoudt bij het niet tijdig inschalen op functieloon, wordt verworpen omdat appellant niet binnen twee jaar na indiensttreding in een hogere schaal behoorde te worden ingedeeld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere vonnissen bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vorderingen van appellant tot hogere functielooninschaling en loonbetaling worden afgewezen.