Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 27 maart 2014 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen de verlenging van een ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2003. De moeder was tegen de verlenging, terwijl Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland deze noodzakelijk achtte vanwege spanningen tussen de ouders en onvoltooide ontwikkelingsuitkomsten.
De rechtbank had de ondertoezichtstelling verlengd tot 11 oktober 2014, maar het hof oordeelde dat de wettelijke gronden voor verlenging niet meer aanwezig zijn. De minderjarige doet het goed op school, met een VWO-plus advies, en heeft een actief sociaal leven. Wel zijn er nog problemen in de omgang met de vader, die deels voortkomen uit communicatieproblemen tussen de ouders en deels uit weerstand van de minderjarige zelf.
De ouders erkennen de problemen en zijn bereid om onder begeleiding van een kinderpsycholoog stappen te zetten om deze op te lossen. Het hof acht vrijwillige hulpverlening voldoende en ziet geen noodzaak voor voortzetting van de ondertoezichtstelling. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor het verlengingsgedeelte en bekrachtigd voor de periode tot aan de datum van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af en bekrachtigt de eerdere beschikking tot aan de datum van het hoger beroep.