Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
25 maart 2014
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Artikel 1.2
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende ontving in 2010 periodieke uitkeringen uit een stamrechtpolis die haar ex-echtgenoot had gekocht ter vervanging van alimentatieverplichtingen uit het familierecht. De Inspecteur rekende deze uitkeringen tot het belastbare inkomen uit werk en woning (box I), terwijl belanghebbende stelde dat deze tot het inkomen uit sparen en beleggen (box III) behoren.
Het Hof oordeelde dat het stamrecht een vervanging is van de familierechtelijke periodieke uitkeringen en dat de uitkeringen niet rechtstreeks door de ex-echtgenoot maar door de verzekeraar worden gedaan. Hierdoor zijn deze uitkeringen niet belast in box I op grond van artikel 3.105, tweede lid, van de Wet IB 2001.
Verder concludeerde het Hof dat het stamrecht niet als lijfrente kan worden aangemerkt vanwege de mogelijkheid tot bezwaren en overdracht van de uitkeringstermijnen. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank die de aanslag had verminderd en wees het hoger beroep van de Inspecteur af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de periodieke uitkeringen belast zijn in box III.