Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zoon A en zoon B verzochten de rechtbank Gelderland om hun vader onder curatele te stellen wegens verkwisting, met benoeming van zoon A als curator. De rechtbank stelde de vader onder curatele en benoemde zoon A tot curator. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht vernietiging van de beschikking, al dan niet met subsidiaire verzoeken tot onderbewindstelling of mentorschap.
Tijdens de mondelinge behandeling trok de vader zijn grief tegen de benoeming van de curator in. Uit het dossier en de zitting bleek dat de vader aanzienlijke bedragen aan mevrouw G heeft gegeven, onder wie €40.000, zonder dat hij wist waar het geld gebleven was. Mevrouw G was strafrechtelijk veroordeeld voor haar handelen. De vader bleef contact met haar onderhouden en was gevoelig voor haar invloed.
Het hof oordeelde dat sprake was van verkwisting zoals bedoeld in het oude artikel 1:378 lid 1 sub b BW Pro, en dat curatele noodzakelijk was om de belangen van de vader te beschermen. Curatele biedt de curator de bevoegdheid om door de vader verrichte rechtshandelingen ongedaan te maken, wat bij minder verstrekkende maatregelen niet mogelijk is. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en bepaalde dat de curator de vader regelmatig een financieel overzicht moet geven.
Het hof wees ook op de overgangsbepaling in de wet die bepaalt dat de curatele binnen twee jaar na 1 januari 2014 geëvalueerd moet worden. De curator moet voor 1 januari 2016 rapporteren of de maatregel gehandhaafd blijft of vervangen kan worden. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De curatele van de vader wordt bekrachtigd en zoon A benoemd tot curator.