Belanghebbende is vennoot in een V.O.F. die leesportefeuilles exploiteert en heeft een onroerende zaak bestaande uit een woning en een paardenstal gekocht met privé-motieven. Na verbouwing is de paardenstal een bedrijfsruimte geworden die deels voor de onderneming wordt gebruikt.
De Inspecteur heeft de woning als privévermogen aangemerkt en de bedrijfsruimte als ondernemingsvermogen. Belanghebbende rekent echter de gehele onroerende zaak tot het ondernemingsvermogen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de aanslag 2007 niet-ontvankelijk en het beroep 2008 ongegrond.
Het hof oordeelt dat de onroerende zaak juridisch splitsbaar is en dat de woning niet meer dan zeer bijkomstig dienstbaar is aan de onderneming, waardoor alleen de bedrijfsruimte tot het ondernemingsvermogen behoort. De waarde van de bedrijfsruimte en de bijbehorende grond wordt vastgesteld, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.