Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1],
[appellante sub 2],
[appellante sub 3],
[appellante sub 4],
1.[geïntimeerde sub 1],
[geïntimeerde sub 2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde een geschil over de vaststelling van een pachtovereenkomst betreffende een perceel landbouwgrond. In een eerder tussenarrest was reeds bepaald dat de pachtprijs voor het perceel € 431,97 per hectare bedroeg van 1978 tot 2007 en € 931,61 per hectare vanaf 2008. De vraag wie partijen bij de overeenkomst waren en de duur daarvan bleef echter onbeslist.
Appellanten zagen af van verdere bewijslevering, waardoor het hof de vaststelling van een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen de verpachters (appellante sub 2, 3 en 4) en de pachter (geïntimeerde sub 1) volgde. De overeenkomst werd vastgesteld met ingang van 1 april 1978, passend bij het begin van het weide- en groeiseizoen.
Het hof vernietigde het vonnis van de pachtkamer van de rechtbank Roermond, behoudens de beslissing over proceskosten, die werd bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd in aanwezigheid van de griffier openbaar uitgesproken op 15 april 2014.
Uitkomst: Het hof stelde een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd vast met een vaste pachtprijs vanaf 1978 en vernietigde het eerdere vonnis behalve de proceskostenbeslissing.