ECLI:NL:GHARL:2014:3094

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 april 2014
Publicatiedatum
15 april 2014
Zaaknummer
200.096.385
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:317 BWArt. 1019t Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd met vaste pachtprijs

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde een geschil over de vaststelling van een pachtovereenkomst betreffende een perceel landbouwgrond. In een eerder tussenarrest was reeds bepaald dat de pachtprijs voor het perceel € 431,97 per hectare bedroeg van 1978 tot 2007 en € 931,61 per hectare vanaf 2008. De vraag wie partijen bij de overeenkomst waren en de duur daarvan bleef echter onbeslist.

Appellanten zagen af van verdere bewijslevering, waardoor het hof de vaststelling van een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen de verpachters (appellante sub 2, 3 en 4) en de pachter (geïntimeerde sub 1) volgde. De overeenkomst werd vastgesteld met ingang van 1 april 1978, passend bij het begin van het weide- en groeiseizoen.

Het hof vernietigde het vonnis van de pachtkamer van de rechtbank Roermond, behoudens de beslissing over proceskosten, die werd bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd in aanwezigheid van de griffier openbaar uitgesproken op 15 april 2014.

Uitkomst: Het hof stelde een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd vast met een vaste pachtprijs vanaf 1978 en vernietigde het eerdere vonnis behalve de proceskostenbeslissing.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.096.385
(zaaknummer rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond 290687)
arrest van de pachtkamer van 15 april 2014
inzake

1.[appellant sub 1],

2.
[appellante sub 2],
3.
[appellante sub 3],
4.
[appellante sub 4],
allen wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna: gezamenlijk [appellanten] en afzonderlijk respectievelijk [appellant sub 1], [appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4],
advocaat: mr. M.Th.M. Zusterzeel,
tegen:

1.[geïntimeerde sub 1],

2.
[geïntimeerde sub 2],
beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna: gezamenlijk [geïntimeerden] en afzonderlijk respectievelijk [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2],
advocaat: mr. J.E. Brands.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding tot aan het arrest van 3 december 2013 (hierna: het tussenarrest), verwijst het hof naar dat arrest.
1.2
Bij grief van 31 januari 2014 heeft de advocaat van[appellanten] laten weten dat zijn cliënten afzien van verdere bewijslevering.
1.3
Vervolgens heeft het hof andermaal arrest bepaald.

2.Voortgezette motivering van de beslissing in hoger beroep

2.1
Het hof roept in herinnering dat bij het tussenarrest reeds is beslist dat met betrekking tot het perceel […] vastlegging van een reguliere pachtovereenkomst dient te volgen, met een overeengekomen pachtprijs van € 431,97 per hectare vanaf 1978 tot en met 2007 en van € 931,61 per hectare vanaf 2008. Met betrekking tot de vraag wie partijen bij de overeenkomst zijn en de overeengekomen duur heeft het hof aan [appellanten] bewijs opgedragen.
2.2
Nu [appellanten] van dat bewijs hebben afgezien, dient vastlegging te volgen van (overeenkomstig het standpunt van [geïntimeerden]) een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen [appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] als verpachters en [geïntimeerde sub 1] als pachter. De overeenkomst is volgens hetgeen tussen partijen vaststaat in 1978 ingegaan, naar het hof veronderstelt vanaf het begin van het weide- en groeiseizoen. Het hof zal als ingangsdatum daarom vastleggen 1 april 1978.
2.3
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd, behoudens wat betreft de beslissing omtrent de proceskosten. De vordering van [appellanten] strekte in eerste aanleg onder meer tot vastlegging van een geliberaliseerde pachtovereenkomst, en niet mede van een reguliere pachtovereenkomst. De kosten van het hoger beroep zal het hof compenseren, aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis van de pachtkamer van de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond, van 12 april 2011, behalve wat betreft de beslissing omtrent de proceskosten, en doet in zoverre opnieuw recht;
legt vast een reguliere pachtovereenkomst tussen[appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] als verpachters en [geïntimeerde sub 1] als pachter met betrekking tot het perceel kadastraal bekend gemeente [gemeente], sectie O, nummer 13, ter grootte van 1.43.90 ha (perceel […]), ingaande 1 april 1978, voor onbepaalde tijd en met een overeengekomen pachtprijs van € 431,97 per hectare vanaf 1978 tot en met 2007 en van € 931,61 per hectare vanaf 2008;
wijst af het meer of anders gevorderde;
bekrachtigt genoemd vonnis wat betreft de beslissing omtrent de proceskosten;
compenseert de kosten van het hoger beroep aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
draagt aan de griffier op om overeenkomstig het vijfde lid van artikel 1019t Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de grondkamer drie gewaarmerkte afschriften van dit arrest te zenden.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.L. Valk, G.P.M. van den Dungen en M.F.J.N. van Osch en de deskundige leden ing. L.L.M. de Lorijn en ir. H.K.C. Roelofsen, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 april 2014.