Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert een uitzendkracht loon conform de loonschaal A6 van de inlenende werkgever, stellende dat het uitzendbureau haar werknemers onvoldoende betaalde en de werkgever onrechtmatig heeft gehandeld door dit te faciliteren.
Het hof onderzocht de bedrijfscao van de werkgever en de tarieven die het uitzendbureau aan de werkgever in rekening bracht. Het bleek dat het uitzendbureau een lager uurtarief rekende dan het bruto uurloon van de eigen werknemers, maar het verschil was voldoende groot om te veronderstellen dat de werkgever niet hoefde te vermoeden dat de uitzendkracht onderbetaald werd.
Ook werd vastgesteld dat de werkzaamheden van de uitzendkracht mogelijk van een lager niveau waren dan die van de eigen werknemers, wat de inschaling verklaart. De werkgever kon daarom niet worden verweten dat zij onrechtmatig handelde door de onderbetaling van het uitzendbureau.
De vordering van de uitzendkracht wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd. De uitzendkracht wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de uitzendkracht wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.