Uitspraak
[appellante],
De Huismeesters,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
(…) bij arrest, bij voorraad uitvoerbaar, het vonnis dat op 21 maart 2013 door de kantonrechter (…) locatie Groningen, is afgewezen[het hof leest: gewezen, te vernietigen],
en opnieuw rechtdoende, alsnog te verklaren voor recht dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst (door geïntimeerde aangeduid als Sort Stay Tenancy Agreement) niet valt onder de uitzonderingsbepaling van artikel 7:232 lid 2 BW Pro met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties.”
3.De vaststaande feiten
Short Stay Tenancy Agreement
5.Het procesbelang
6.De grieven en beoordeling in hoger beroep
grief Ikomt zij op tegen het oordeel dat in casu sprake is van woonruimte die naar zijn aard van korte duur is, zodat afdeling 5 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is en haar vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt.
all this in comparison with the rental of a hotel room”, hetgeen niet bepaald met het beeld van een doorsnee studentenkamer correspondeert. Waar [appellante] zich erover beklaagt dat haar huisvesting zich niet met het in de parlementaire geschiedenis aangaande art. 7:232 lid 2 BW Pro genoemde (beste) voorbeeld van een vakantiehuisje laat vergelijken, levert dit laatste wel degelijk eerder een aanwijzing in de richting van een tijdelijk pension dan voor reguliere huur op.