Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 15 april 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting GGz Breburg Groep (GGz) huurt woonruimte binnen een opvangproject voor tijdelijke verblijf van cliënten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verbleven daar met toestemming, maar GGz beëindigde de huurovereenkomst wegens het tijdelijke karakter van het verblijf, dat samenhing met de medische noodsituatie van [gedaagde 1].
De gedaagden betwistten dat sprake was van een huurovereenkomst van korte duur en voerden aan dat zij niet tijdig en duidelijk geïnformeerd waren over de tijdelijke aard. De kantonrechter oordeelde echter dat het verblijf bedoeld was als noodoplossing en dat het project een opvanglocatie is met een maximale verblijfsduur van enkele weken.
De kantonrechter stelde dat de huurovereenkomst naar haar aard van korte duur is, waardoor de huurbescherming niet van toepassing is. Gezien het spoedeisend belang van GGz om de woning voor haar cliënten beschikbaar te stellen, werd de ontruiming binnen veertien dagen toegewezen. De gedaagden werden tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De ontruimingsvordering van GGz is toegewezen met een termijn van veertien dagen voor ontruiming.