Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beëindiging van de partneralimentatie tussen de man en de vrouw behandeld. Het hof heeft bewijs toegelaten dat de vrouw samenleeft met een ander als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW Pro. Diverse getuigen, waaronder familieleden en betrokkenen, hebben verklaard dat er sprake is van een affectieve relatie van duurzame aard tussen de vrouw en haar nieuwe partner, inclusief samenwonen en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.
De vrouw en haar nieuwe partner ontkenden deze samenwoning en affectieve relatie, maar het hof hechtte geen geloof aan hun verklaringen. Het hof motiveerde dit met onder meer het gedeelde gebruik van woonruimte, gezamenlijke huishoudelijke voorzieningen, financiële omgang, en symbolische handelingen zoals een tatoeage en betrokkenheid bij familieaangelegenheden. Ook het feit dat de vrouw en haar partner hun samenwoning voor officiële instanties probeerden te verhullen, werd meegewogen.
Het hof concludeerde dat de man is geslaagd in het bewijs dat de vrouw vanaf 1 januari 2011 samenleeft met haar nieuwe partner als waren zij gehuwd. Hierdoor eindigt de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw met ingang van die datum. De vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van de vanaf dat moment ten onrechte ontvangen alimentatie. Tevens worden de kosten van de getuigen door de vrouw gedragen, terwijl de overige proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatieverplichting van de man eindigt per 1 januari 2011 vanwege samenwonen van de vrouw met een ander als waren zij gehuwd, met terugbetalingsverplichting van de betaalde bedragen.