Uitspraak
Transformator,
Borghese,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
grieven I en II in het incidenteel appelgeen grieven aangevoerd en is ook anderszins niet van bezwaren daartegen gebleken. Derhalve zal ook het hof van die feiten uitgaan, met inachtneming van wat hierna met betrekking tot genoemde grieven zal worden overwogen.
grief I in het incidenteel appelklaagt Borghese dat de rechtbank niet heeft vastgesteld dat een onderdeel van het (hierna te bespreken) project bestond uit de realisatie van een parkeerkelder. Bij gelegenheid van de pleidooien heeft de raadsman van Transformator dit aanvankelijk betwiste feit uitdrukkelijk als juist erkend, zodat het hof daarvan zal uitgaan.
Aan het Moleneind ligt een nuts tracé tegen de bebouwing aan waar problemen kunnen ontstaan tijdens de uitvoering door toepassing van damwanden. Hieronder is omschreven welke uitgangspunten per nuts bedrijf worden gehanteerd.
Grief II(onderverdeeld in subgrieven) houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de tekortkoming van Transformator de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. Met
grief IIIklaagt Transformator dat haar vorderingen ten onrechte zijn afgewezen. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
eventueelkabels moeten worden verplaatst. Langs de Oude Nering is voldoende ruimte voor het projecteren van een tijdelijke damwand.
Eventueelis de aanwezige glasvezelkabel eenvoudig te verplaatsen. De kabels aan de Oude Nering moeten
op langere termijnook omgelegd worden. Wellicht kan dit ter besparing van kosten worden gecombineerd. Het hof begrijpt dit laatste aldus dat het gaat om een door KPN zelf geplande omlegging, die los staat van de bouw van het onderhavige project.
hoogst waarschijnlijk[cursivering hof] ook geen kabels en leidingen te worden omgelegd.” Hieruit volgt dat ook volgens [C] de geboden oplossing niet zeker was. Derhalve gaat het hof ervan uit dat geen deugdelijke oplossing is aangeboden, daargelaten op welk moment dat zou zijn geweest.