ECLI:NL:GHARL:2014:3706

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 mei 2014
Publicatiedatum
7 mei 2014
Zaaknummer
200.075.043-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verdeling nalatenschap en ontkenning vaderschap in hoger beroep

In deze civiele zaak gaat het om het hoger beroep van appellanten tegen de ontvanger van de Belastingdienst over de verdeling van de nalatenschap van hun vader en een verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [X]. Appellanten zijn in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot ontkenning van het vaderschap.

Het hof neemt kennis van een gerelateerde beschikking van de familiekamer van het hof, die op 3 april 2014 is gewezen in een aparte procedure over het vaderschap. Omdat het essentieel is voor de nalatenschapsverdeling dat appellant 1 erfgenaam is, stelt het hof appellanten in de gelegenheid om deze beschikking in het geding te brengen en hun standpunt over de gevolgen hiervan voor de onderhavige procedure uiteen te zetten.

De ontvanger van de Belastingdienst heeft bezwaar gemaakt tegen verdere aanhouding van de procedure, maar het hof acht het wachten op de uitkomst van de ontkenningsprocedure gerechtvaardigd. Totdat appellanten en de ontvanger hun stukken hebben ingediend, houdt het hof iedere verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van de uitkomst van de ontkenningsprocedure vaderschap.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.075.043/01
(zaaknummer rechtbank Groningen 108395 / HA ZA 09-229)
arrest van de tweede kamer van 6 mei 2014
in de zaak van

1.[appellant 1],

2. [appellant 2],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,
hierna gezamenlijk te noemen:
[appellanten],
advocaat: mr. G.A. Pots, kantoorhoudend te Leeuwarden,
tegen
De ontvanger van de Belastingdienst Noord Kantoor Groningen,
gevestigd te Groningen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna:
de Ontvanger,
advocaat: mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, kantoorhoudend te Amsterdam.
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 17 december 2013 hier over.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
[appellanten] hebben op 14 januari 2014 een akte uitlating genomen, waarna de Ontvanger op 11 februari 2014 een antwoordakte heeft genomen.
1.2
Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1
[appellanten] hebben bij akte de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 25 juni 2013 in het geding gebracht, waarin [appellanten] niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [X]. [appellanten] hebben daarbij verklaard dat [appellant 1] van deze beschikking in appel is gegaan bij dit hof (zaaknummer 200.134.227/01) en zij geven het hof in overweging die beslissing af te wachten alvorens in de onderhavige zaak uitspraak te doen.
2.2
De Ontvanger heeft in zijn antwoordakte het standpunt ingenomen dat een nadere aanhouding van de onderhavige procedure in afwachting van de uitkomst van de ontkenningsprocedure niet gerechtvaardigd is.
2.3
Het hof overweegt dat haar ambtshalve bekend is dat de familiekamer van dit hof op 3 april 2014 een beschikking heeft gewezen in voormelde zaak met zaaknummer 200.134.227/01. Nu voor de door de Ontvanger gevorderde verdeling van de nalatenschap van [X] essentieel is dat [appellant 1] erfgenaam is, zal het hof [appellanten] in de gelegenheid stellen voormelde beschikking van dit hof van 3 april 2014 bij akte in het geding te brengen. Daarbij dienen [appellanten] zich er over uit te laten welke consequenties deze beschikking volgens hen heeft voor de onderhavige hoger beroepsprocedure. De Ontvanger zal daarna een antwoordakte mogen nemen.
2.4
In afwachting van de door [appellanten] te nemen akte en de door de Ontvanger te nemen antwoordakte houdt het hof iedere verdere beslissing aan.

3.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 3 juni 2014teneinde [appellanten] in de gelegenheid te stellen bij akte zich uit te laten als hiervoor omschreven in rechtsoverweging 2.3;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. W. Breemhaar en mr. B.J.H. Hofstee en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2014.