Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente De Friese meren, voorheen: gemeente Boarnsterhim(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een BV, ontving een legesnota van €65.554,42 voor de behandeling van een bouwvergunningaanvraag voor 33 recreatiewoningen. De nota werd gehandhaafd door de heffingsambtenaar en de rechtbank, waarna belanghebbende hoger beroep instelde tegen de legesnota en de onderliggende Legesverordening.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Legesverordening in strijd was met artikel 229b van de Gemeentewet, de zogenaamde opbrengstlimiet, die bepaalt dat de geraamde baten uit leges niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Belanghebbende stelde dat de opbrengstlimiet was overschreden en dat de Legesverordening geen grondslag bood voor de geheven leges.
Het hof oordeelde dat de opbrengstlimiet niet per dienst maar over het totaal van baten en lasten moet worden beoordeeld. De heffingsambtenaar had in hoger beroep voldoende inzicht gegeven in de gemeentebegroting 2006 en de toerekening van kosten, waarmee de twijfels van belanghebbende waren weggenomen. De stelling van belanghebbende dat de gegevens onjuist waren, werd niet bewezen.
Ook de klacht over het ontbreken van een complexbepaling in de Legesverordening faalde. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende vanwege het late verstrekken van informatie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.