Belanghebbenden zijn in hoger beroep gegaan tegen de vastgestelde WOZ-waarde van hun woning, die door de gemeente Zwolle was vastgesteld op €383.000 en na bezwaar was verlaagd tot €282.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en onderzocht of de vastgestelde waarde te hoog was.
De woning betrof een twee-onder-één-kap uit 1920 met een inhoud van 359 m³ en een perceel van 425 m². Belanghebbenden hadden de woning in december 2012 verkocht voor €223.000. De gemeente baseerde haar waarde op een taxatierapport met zes referentieobjecten, waarvan het hof concludeerde dat deze onvoldoende vergelijkbaar waren en te ver van de waardepeildatum lagen.
Het hof oordeelde dat de verkoopprijs van de woning, ondanks dat deze later was dan de waardepeildatum, een goede indicatie gaf van de waarde. De gemeente slaagde er niet in het grote verschil tussen de verkoopprijs en de vastgestelde waarde aannemelijk te maken. Belanghebbenden slaagden erin hun lagere waarde van €250.000 aannemelijk te maken. Het hof vernietigde daarom de eerdere uitspraken en stelde de WOZ-waarde vast op €250.000.
De proceskosten werden toegewezen aan belanghebbenden en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.