Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
3 juni 2014
[Z](hierna: belanghebbende),
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
3 juni 2014.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning te Achter-Z waarvan de WOZ-waarde voor het jaar 2012 is vastgesteld op €221.000. Tegen deze vaststelling is bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de rechtbank, maar dit is ongegrond verklaard. Belanghebbende ging vervolgens in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Belanghebbende voerde aan dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet vergelijkbaar waren en dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede gelet op verschillen in ligging, bouwjaar en onderhoudstoestand. De heffingsambtenaar verwees naar een taxatierapport dat de waarde bevestigde.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was. De vergelijkingsobjecten waren passend gekozen en de verschillen waren adequaat verwerkt. Ook de verschillen tussen Voor-Z en Achter-Z waren niet van dien aard dat ze de waarde wezenlijk beïnvloedden. Verder werden argumenten over algemene waardeontwikkeling en eerdere WOZ-waarden verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €221.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.