Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
De vaststaande feiten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Nederland inzake de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn twee minderjarige kinderen na echtscheiding. De vrouw betwistte de draagkrachtberekening van de man en vorderde een hogere alimentatie.
Het hof stelt vast dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden door hogere woonlasten van de man, waardoor een hernieuwde beoordeling van de draagkracht gerechtvaardigd is. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €344 per kind per maand in 2012, met wettelijke indexering.
De man heeft een belastbaar inkomen van circa €26.889 in 2012 en 2013, terwijl de vrouw een belastbaar inkomen van €21.541 had. Het hof houdt rekening met de nieuwe richtlijnen voor kinderalimentatie vanaf 2 september 2013, waarbij het kindgebonden budget als bijdrage in de behoefte wordt meegenomen en de draagkracht van beide ouders wordt berekend volgens een forfaitaire formule.
De gezamenlijke draagkracht van partijen is onvoldoende om volledig in de kosten van de kinderen te voorzien. De man wordt daarom verplicht om vanaf 2 september 2013 €95,50 per kind per maand te betalen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd tot 1 september 2013 en vernietigd voor de periode daarna. De bijdrage dient vooruitbetaald te worden en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De alimentatiebijdrage van de man wordt vanaf 2 september 2013 vastgesteld op €95,50 per kind per maand.