Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- [geïntimeerde sub 1] te veroordelen het registergoed te ontruimen en terug te brengen in de staat waarin dit zich bevond toen de koper het heeft bezichtigd;
- [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] te veroordelen mee te werken aan overdracht van het registergoed aan [persoon 1] en [persoon 2], althans aan een koper die ten minste € 700.000,- betaalt en te bepalen dat de verkoopopbrengst in depot wordt gesteld bij een notaris;
- [appellante] op grond van artikel 3:174 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te machtigen tot het te gelde maken van het registergoed;