Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Ten aanzien van de bij de rechtbank gedeponeerde stukken
4.De vaststaande feiten
5.Het oordeel van de rechtbank
6.De beoordeling van de grieven
hijeen verrekenbare vordering op zijn vader heeft waardoor de huurschuld geheel of gedeeltelijk teniet is gegaan. Anders dan [appellant] stelt (zie onder meer de toelichting op grief 5) gaat het daarbij niet om veronderstelde vorderingen van [vrouw] op [geïntimeerde]. [vrouw] is geen partij in dit geschil. [appellant] heeft zijn vader niet op de voet van artikel 118 RV Pro in het geding geroepen.
- € 2.145,93 (door de rechtbank vastgestelde bedrag);
- € 1.200, - betaald aan [deurwaarderskantoor],
- € 287,84 terzake van de groepenkast
- € 7.929,50 terzake van de nota’s van [X].