Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
in eerste aanleg: gedaagde,
het Ziekenhuis,
in eerste aanleg: eiser,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of het Ziekenhuis onbevoegd onderverhuurcontracten had gesloten met derden, wat wanprestatie zou opleveren jegens de opvolgend eigenaar van het verhuurde pand. Het hof bevestigde dat het Ziekenhuis onbevoegd handelde en dat deze wanprestatie vaststaat, mede omdat het Ziekenhuis afzag van het getuigenverhoor en geen ander bewijs aanvoerde.
De laatste onderhuurder was op 1 oktober 2012 vertrokken, wat het hof als vaststaand aannam. Het hof oordeelde dat het aannemelijk is dat de opvolgend eigenaar schade heeft geleden doordat hij de onderhuurovereenkomsten moest respecteren en daardoor zijn koopovereenkomst met een derde niet zonder tekortkoming kon nakomen. Tevens was aannemelijk dat de eigenaar de etagewoningen voor een hoger bedrag had kunnen verhuren.
Omdat onvoldoende informatie beschikbaar was om de schade te begroten, verwees het hof de zaak naar een schadestaatprocedure. Het hoger beroep werd voor een deel verworpen en voor een deel toegewezen, waarbij het vonnis van de kantonrechter van 12 augustus 2010 werd vernietigd voor zover het de hoofdzaak betrof. Het Ziekenhuis werd veroordeeld tot vergoeding van de schade en tot betaling van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart dat het ziekenhuis wanprestatie heeft gepleegd door onbevoegde onderverhuur en veroordeelt het tot schadevergoeding, met verwijzing naar schadestaatprocedure.