Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg in de zaak met nummer 200.143.131 (het incident)
2.Het geding in eerste aanleg in de zaak met nummer 200.144.309(het kort geding)
3.Het geding in hoger beroep in de zaak met nummer 200.143.131 (het incident)
4.Het geding in hoger beroep in de zaak met nummer 200.144.309(het kort geding)
5.De vaststaande feiten in beide procedures
[appellante] heeft vervolgens op 18 februari 2014 [geïntimeerde] in kort geding gedagvaard en, kort gezegd, (primair) schorsing van de ten uitvoerlegging van de aan [appellante] aangekondigde ontruiming gevorderd.
Tegen de achtergrond van de door [appellante] opgegeven reden voor de huurachterstand dient mede de (ongerijmdheid van de) vrees van [geïntimeerde] voor wanbetaling in de toekomst – en met het oog daarop zijn gestelde belang bij een spoedige ontruiming – te worden bezien.