Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde sub 1],
[geïnstimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak ging het om hoger beroep van een tussenvonnis van de pachtkamer van de rechtbank, waarbij appellante tijdig hoger beroep instelde maar buiten de wettelijke termijn van één maand na de uitspraak van het vonnis van 25 april 2013. Het hof verwees naar artikel 1019o Rv dat de appeltermijn in pachtszaken regelt en benadrukte dat deze termijn van openbare orde is. Hierdoor kan niet-ontvankelijkheid niet worden voorkomen door het ontbreken van een termijnverweer van geïntimeerde.
Het hof overwoog tevens dat het karakter van het vonnis als tussenvonnis niet leidt tot een andere beoordeling, omdat bij het eindvonnis opnieuw hoger beroep mogelijk is tegen dat tussenvonnis. Hierdoor blijft de appeltermijn strikt van toepassing.
Het hof verklaarde appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep, begroot op een bedrag van €4.961 voor griffierecht en €3.263 voor salaris advocaat. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2014 door een meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de appeltermijn.