ECLI:NL:GHARL:2014:5706

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juli 2014
Publicatiedatum
15 juli 2014
Zaaknummer
200.141.103
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:358 BWArt. 1:441 BWArt. 1:443 BWArt. 1:445 BWArt. 1:447 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging bewindvoerder voor extra kosten en optreden in hoger beroep

In deze zaak gaat het om een verzoek van een bewindvoerder om gemachtigd te worden tot het optreden in hoger beroep en om toestemming te krijgen voor het maken van noodzakelijke extra bewindskosten, waaronder advocaatkosten en griffierecht. De procedure betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder had afgewezen.

De kantonrechter had het verzoek tot machtiging afgewezen, maar het hof oordeelt dat het verzoek niet kan worden gebaseerd op artikel 1:443 of Pro 1:441 BW, omdat het verzoek van de rechthebbende zelf komt en niet door de bewindvoerder wordt gedaan. Wel is er een grondslag in de artikelen 1:445 lid 4 juncto 1:358 lid 1 BW en artikel 1:447 BW Pro, die betrekking hebben op de kosten en beloning van de bewindvoerder.

Het hof stelt vast dat de extra werkzaamheden en kosten voortvloeiend uit de ontslagprocedure als extra werkzaamheden en hogere kosten moeten worden beschouwd. Het hof begroot de extra benodigde tijd op 6 uur voor de bewindvoerder en 5 uur voor de advocaat. Het hof verleent vooraf machtiging en goedkeuring voor deze kosten en wijst het overige verzoek af.

De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd en vervangen door deze beschikking van het hof, die de bewindvoerder machtigt tot het optreden in hoger beroep en het maken van de extra kosten.

Uitkomst: Het hof verleent de bewindvoerder machtiging tot optreden in hoger beroep en goedkeuring voor extra kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.141.103
(zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, dossiernummer 20130268/11)
beschikking van de familiekamer van 15 juli 2014
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster],
advocaat: mr. K.W.A. Wools te Elst, gemeente Overbetuwe.
Als belanghebbende is aangemerkt:
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats],
belanghebbende in hoger beroep, verder te noemen: [belanghebbende],
advocaat: mr. A.H. Staring te Arnhem.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de brief met dossiernummer 20130268/11 aan mr. Wools van mr. W.C. Haasnoot, vice-president inhoudelijk in de rechtbank Gelderland, team bewind en erfrecht, verder: de kantonrechter, van 6 januari 2014. In deze brief staat vermeld: “
Deze brief kunt u beschouwen als een voor hoger beroep vatbare beschikking.”.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift, ingekomen op 24 januari 2014.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 1 juli 2014 plaatsgevonden tezamen met de mondelinge behandeling van de zaak met zaaknummer 200.138.359 betreffende het hoger beroep van [belanghebbende] tegen de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 september 2013. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Ook [belanghebbende] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat, maar heeft kort na het begin van de mondelinge behandeling de zittingszaal verlaten. Na een korte schorsing heeft mr. Staring het hof meegedeeld dat [belanghebbende] niet meer ter zitting wilde verschijnen.

3.De motivering van de beslissing

3.1
Bij beschikking van 10 oktober 2008 heeft de kantonrechter een bewind ingesteld over goederen die (zullen) toebehoren aan [belanghebbende] en [verzoekster] benoemd tot bewindvoerder. [belanghebbende] heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. Bij beschikking van
21 april 2009 heeft dit hof de beschikking van 10 oktober 2008 bekrachtigd. [belanghebbende] heeft de kantonrechter in de rechtbank Gelderland verzocht [verzoekster] te ontslaan als bewindvoerder. De kantonrechter heeft bij beschikking van 10 september 2013 het verzoek tot ontslag van [verzoekster] als bewindvoerder afgewezen. [belanghebbende] is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking. Deze procedure is bij dit hof aanhangig onder zaaknummer 200.138.359, reeds eerder vermeld in rechtsoverweging 2.2. [verzoekster] is belanghebbende in deze procedure en heeft daarin verweer gevoerd.
3.2
[verzoekster] heeft de kantonrechter verzocht haar te machtigen tot het optreden in rechte in deze procedure in hoger beroep en voorts verzocht haar toestemming te geven tot het maken van de noodzakelijke bewindskosten, waaronder vallen de advocaatkosten, het griffierecht en de extra uren die [verzoekster] moet maken en die volgens de aanbevelingen van het LOVCK niet tot de gewone werkzaamheden behoren. [verzoekster] heeft dit verzoek gebaseerd op het bepaalde in artikel 1:443 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek tot machtiging afgewezen. [verzoekster] komt met twee grieven in dit hoger beroep op tegen de beslissing van de kantonrechter. Zij beoogt daarmee het verzoek in hoger beroep in volle omvang aan het hof voor te leggen.
3.3
Anders dan [verzoekster] is het hof van oordeel dat dit verzoek niet kan worden gegrond op artikel 1:443 of Pro 441 BW. In deze artikelen gaat het om handelingen die de bewindvoerder in of buiten rechte ter vertegenwoordiging van de rechthebbende verricht of voornemens is te verrichten. Het verzoek van [verzoekster] ziet op een verzoek van [belanghebbende] als rechthebbende strekkende tot ontslag van [verzoekster] als bewindvoerder als bedoeld in artikel 1:448 lid 2 BW Pro. Dit verzoek heeft [belanghebbende] zelfstandig gedaan. Daartoe is hij ook bevoegd; vertegenwoordiging door de bewindvoerder in de zin van artikel 1:441 en Pro 443 is daarbij niet aan de orde.
3.4
De grondslag voor het verzoek van [verzoekster] kan wel worden gevonden in de artikelen 1:445 lid 4 juncto artikel 1:358 lid 1 BW Pro over de kosten die de bewindvoerder aan de rechthebbende in rekening mag brengen en artikel 1:447 BW Pro over de beloning van de bewindvoerder. De Aanbevelingen meerderjarigenbewind van het LOVCK, zoals die thans gelden en die als een nadere uitwerking van deze artikelen kunnen worden beschouwd, raden de bewindvoerder aan vooraf goedkeuring aan de kantonrechter te vragen voor het maken van hogere kosten in de zin van artikel C.9 van de Aanbevelingen en schrijven de bewindvoerder voor extra werkzaamheden die niet binnen het tarief (lees: de voor de bewindvoerder geldende beloning) vallen voor vooraf machtiging te vragen aan de kantonrechter (artikel C.17 van de Aanbevelingen). Het hof is van oordeel dat de werkzaamheden en kosten die voor [verzoekster] als bewindvoerder voortvloeien uit de door [belanghebbende] geëntameerde ontslagprocedure als extra werkzaamheden en hogere kosten in vorenbedoelde zin moeten worden beschouwd. Het hof begroot de tijd benodigd voor deze extra werkzaamheden in redelijkheid op 6 uur en zal [verzoekster] vooraf machtigen deze uren ter gelegenheid van de rekening en verantwoording over de periode waarin deze werkzaamheden zijn verricht in rekening te brengen. Het hof geeft [verzoekster] vooraf goedkeuring als extra kosten ter gelegenheid van de rekening en verantwoording in rekening te brengen het door haar verschuldigde griffierecht en de kosten van haar advocaat, waarbij het hof de uren van de advocaat die zij als kosten in rekening mag brengen in redelijkheid op 5 uur vaststelt.

4.De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen slagen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen en beslissen als volgt.

5.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 6 januari 2014 en opnieuw beschikkende:
verleent aan [verzoekster] de machtiging en goedkeuring als bedoeld in 3.4;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, M.H.H.A. Moes en M.L. Klein, bijgestaan door als griffier, en is op 15 juli 2014 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.