Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
22 juli 2014
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een vof die een accommodatie exploiteert met faciliteiten voor cursussen en overnachtingen, kreeg aanslagen toeristenbelasting opgelegd voor 2010 en 2011. De heffingsambtenaar kwalificeerde de accommodatie als conferentieoord en legde aanslagen op volgens het daarvoor geldende tarief. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de accommodatie primair een cursuscentrum is en niet onder de categorieën van de verordening valt, of subsidiair dat het als groepsaccommodatie moet worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat de verordening limitatief is in de categorieën accommodaties waarvoor toeristenbelasting wordt geheven en dat het verblijf in een van deze categorieën moet plaatsvinden om belastbaar te zijn. De heffingsambtenaar slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat de accommodatie exclusief onder een categorie valt, mede gezien de betwisting van belanghebbende en de onduidelijkheid over de begrippen.
Daarom bood de verordening geen rechtsgeldige grondslag voor de aanslagen. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslagen en veroordeelde de heffingsambtenaar in de proceskosten. Tevens werd de gemeente Lochem gelast het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de aanslagen toeristenbelasting omdat de verordening geen rechtsgeldige basis biedt voor de heffing.