Eiseres, exploitant van een hotel en brasserie, werd door verweerder belast met toeristenbelasting over het jaar 2015. Verweerder baseerde de aanslag op de Verordening toeristenbelasting Oss 2015. Eiseres betwistte de aanslag en stelde onder meer dat de verordening niet rechtsgeldig bekend was gemaakt en dat het tarief voor hotelovernachtingen onduidelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de Verordening 2015 op juiste wijze bekend was gemaakt via publicatie in het nieuwsblad Oss Actueel en daarmee rechtsgeldig van kracht was. Vervolgens onderzocht de rechtbank de inhoud van de verordening en concludeerde dat het belastingtarief in artikel 5, derde lid, niet bedoeld is voor hotelovernachtingen, omdat de termen vaste en seizoenstandplaatsen niet op hotels van toepassing zijn en de verordening geen apart tarief voor hotels vermeldt.
De rechtbank verwees naar de eerdere Verordening 2014, waarin wel een tarief voor hotelovernachtingen was opgenomen in artikel 6, maar die regeling ontbrak in de Verordening 2015. Hierdoor is volgens de rechtbank onvoldoende duidelijk welk tarief voor hotelovernachtingen geldt in de Verordening 2015, en ontbreekt een rechtsgrond voor de aanslag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat eiseres voor 2015 geen toeristenbelasting hoeft te betalen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.