Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn de ouders van een minderjarig kind, waarbij de man kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw. De rechtbank had eerder een bijdrage vastgesteld van €350 per maand vanaf 1 september 2012. De man ging in hoger beroep en stelde dat de bijdrage lager moest zijn en dat de ingangsdatum later moest zijn.
Het hof stelde vast dat de man vanaf 1 september 2012 de bijdrage betaalde en dat terugbetaling daarvan voor de vrouw moeilijk zou zijn vanwege hoge kosten en woonlasten. Daarom werd 1 januari 2014 als ingangsdatum gekozen voor de nieuwe vaststelling. De behoefte van het kind werd berekend volgens de nieuwe richtlijnen inclusief het kindgebonden budget. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €508 netto per maand, rekening houdend met inkomen, overwerk, pensioenpremies en fiscale voordelen.
De man kon daardoor €323 per maand bijdragen na aftrek van een zorgkorting. Het beroep op een aanvaardbaarheidstoets vanwege hoge woonlasten werd verworpen omdat de woonlasten niet onaanvaardbaar hoog waren en onvoldoende onderbouwd. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatie vast op het genoemde bedrag met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2014, waarbij eerdere betalingen werden geaccepteerd.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2014 €323 per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.