Uitspraak
9 januari 2014
Overwegingen:
Beslissing
[naam terbeschikkinggestelde].
een jaar.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een terbeschikkinggestelde die reeds negen jaar onder deze maatregel valt. De rechtbank Limburg had de TBS met een jaar verlengd, ondanks dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk was beëindigd maar nog niet gedurende een jaar. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman voerden aan dat de verlenging in strijd was met artikel 5 EVRM Pro en dat het recidiverisico was teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau.
Het hof oordeelt dat de toepasselijkheid van artikel 509t, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, niet absoluut is en dat de bepaling buiten toepassing moet worden gelaten indien deze leidt tot willekeurige detentie in strijd met het EVRM. Het hof stelt dat verlenging van de TBS zonder dat aan de verlengingsgrond van artikel 38d Sr is voldaan, een schending van het EVRM kan opleveren.
Desondanks concludeert het hof dat in deze zaak de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel vereist. De terbeschikkinggestelde vertoont nog risicofactoren en dient verder geresocialiseerd te worden, met specifieke aandacht voor zijn relatie en woonsituatie. Daarom wordt de TBS met een jaar verlengd.
De beslissing van de rechtbank wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van artikel 509t Sv. Het hof legt een zorgvuldige afweging aan waarbij het EVRM wordt gerespecteerd, maar de veiligheid prevaleert. De maatregel wordt verlengd om verdere begeleiding en toezicht mogelijk te maken.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met een jaar verlengd vanwege onvoldoende vermindering van het recidiverisico en noodzaak tot verdere begeleiding.