ECLI:NL:GHARL:2014:7345

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 september 2014
Publicatiedatum
23 september 2014
Zaaknummer
200.121.925
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnissen wegens niet weerleggen non-conformiteit geleverde auto

In deze civiele zaak stond de levering van een Mercedes Benz SLK 200 centraal, waarbij de appellant werd verweten een non-conforme auto te hebben geleverd. Het hof had in een tussenarrest bewijslevering door appellant opgedragen.

Appellant zag echter af van het leveren van bewijs en ook van het indienen van een memorie na een niet-gehouden enquête. Hierdoor kon het wettelijk vermoeden dat de auto bij levering op 14 juli 2009 gebreken vertoonde die niet van een auto van die leeftijd en dat type verwacht mochten worden, niet worden weerlegd.

Gezien deze omstandigheden en de eerdere overwegingen in het tussenarrest van 25 februari 2014, oordeelde het hof dat de grieven van appellant falen. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden vonnissen van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.

De proceskosten werden vastgesteld op €299 aan verschotten en €1.264 aan geliquideerd salaris van de advocaat. Het arrest werd op 23 september 2014 door het hof Arnhem-Leeuwarden gewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt appellant in de proceskosten wegens het niet weerleggen van non-conformiteit van de geleverde auto.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.121.925/01
(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 101715 HA ZA 09-1218)
arrest van de eerste kamer van 23 september 2014 in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. F. van der Hoef, kantoorhoudende te Burgum,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiser,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. T.H. Pasma, kantoorhoudende te Harlingen.
Het tussenarrest van 25 februari 2014 wordt hier overgenomen.

1.De (verdere) loop van het geding in hoger beroep

1.1
Bij voormeld tussenarrest heeft het hof [appellant] bewijs opgedragen.
1.2
[appellant] heeft van bewijslevering afgezien, alsook van het nemen van een memorie na niet gehouden enquête.
1.3
Ten slotte heeft [appellant] arrest gevraagd, waartoe [geïntimeerde] de stukken heeft overgelegd.

2.De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1
Nu [appellant] van bewijslevering heeft afgezien, komt niet vast te staan dat de auto Mercedes Benz, type SLK 200 met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto), op 14 juli 2009 geen gebreken had, anders dan die van een auto van die leeftijd en dat type konden worden verwacht. Het wettelijk bewijsvermoeden dat de auto ten tijde van de levering op
14 juli 2009 niet aan de overeenkomst beantwoordde, is dan ook niet weerlegd.
2.2
Mede gelet op hetgeen is overwogen in het tussenarrest van 25 februari 2014, is de slotsom dat de grieven falen. De aangevallen vonnissen zullen worden bekrachtigd.
2.3
[appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. De proceskosten zullen worden vastgesteld op € 299,- aan verschotten en op € 1.264,- aan geliquideerd salaris van de advocaat (2 punten in tarief I).
De beslissing
Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:
bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank van 8 december 2010, 16 maart 2011,
27 juli 2011 en 26 september 2012;
veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] vast op € 299,- aan verschotten en op € 1.264,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;
verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. K.E. Mollema en mr. A.M. Koene en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 23 september 2014.