Belanghebbende verzocht om toepassing van het kwarttarief motorrijtuigenbelasting voor zijn kampeerwagen, een Citroën Berlingo, maar de Inspecteur wees dit verzoek af omdat het voertuig niet voldeed aan de wettelijke eisen. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het geschil betrof vooral de vraag of het motorrijtuig voldoet aan de lengte-eis van minimaal 200 cm in de laadruimte achter de voorstoelen, zoals voorgeschreven in artikel 23a van de Wet Mrb en artikel 5aa van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting. Het Hof stelde vast dat de binnenruimte achter de voorstoelen niet de vereiste lengte heeft, ook niet als rekening wordt gehouden met de tent die aan de achterklep kan worden bevestigd.
Belanghebbende voerde aan dat de lengte-eis niet van toepassing zou zijn vanwege een uitzondering in het Uitvoeringsbesluit en dat de tentruimte meegeteld moest worden, maar het Hof verwierp deze argumenten. Ook het vertrouwen op de RDW-omschrijving als kampeerwagen bood geen grond voor toewijzing. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.