ECLI:NL:GHARL:2014:7651

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 september 2014
Publicatiedatum
6 oktober 2014
Zaaknummer
TBS P14-0307
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e SrArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens gijzeling en schizofrenie

De zaak betreft een beroep van het openbaar ministerie tegen de afwijzing door de rechtbank van de verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een terbeschikkinggestelde die veroordeeld is voor gijzeling. De rechtbank had de verlenging afgewezen omdat zij meende dat de TBS gemaximeerd was tot vier jaar, een termijn die inmiddels was verstreken.

Het hof stelt vast dat gijzeling een geweldsmisdrijf is dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, waardoor de TBS niet is gemaximeerd tot vier jaar. De terbeschikkinggestelde lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type en vertoont nog regelmatig psychotische symptomen, ondanks medicamenteuze behandeling. Het risico op hernieuwd gewelddadig gedrag wordt als hoog ingeschat.

Op basis van het advies van de kliniek en de verklaringen ter zitting concludeert het hof dat verlenging van de TBS met twee jaar noodzakelijk is voor de algemene veiligheid. Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verlengt de maatregel. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw hadden betoogd dat geen sprake was van een geweldsmisdrijf en dat de TBS daarom gemaximeerd was, maar dit verweer wordt door het hof verworpen.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met twee jaar verlengd wegens gijzeling als geweldsmisdrijf en hoog recidivegevaar door schizofrenie.

Uitspraak

TBS P14/0307
Beslissing d.d. 18 september 2014
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum],
verblijvende in FPC Pompestichting te Zeeland,
verder te noemen de ter beschikking gestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 28 mei 2014, houdende afwijzing van de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
  • de uitspraak van de rechtbank Groningen van 12 maart 1998, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd ter zake van gijzeling;
  • het verlengingsadvies van FPC Pompestichting van 24 maart 2014;
  • de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 9 april 2014, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar;
  • het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
  • de beslissing waarvan beroep;
  • de akte van beroep van de officier van justitie van 28 mei 2014;
  • de appelschriftuur van de officier van justitie van 4 juni 2013, ingekomen ter griffie op 6 juni 2014;
  • de aanvullende informatie van FPC Pompestichting van 12 augustus 2014, met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 27 januari 2014 tot 7 augustus 2014;
  • de ter zitting door de raadsvrouw overgelegde beslissing van de rechtbank Oost-Brabant van 26 augustus 2014, waarbij de rechtbank een voorlopige machtiging heeft verleend om de ter beschikking gestelde te doen opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis onder de opschortende voorwaarde dat de ten aanzien van de ter beschikking gestelde geldende maatregel van terbeschikkingstelling wordt beëindigd.
Het hof heeft ter zitting van 3 september 2014 gehoord de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Assen, en de advocaat- generaal mr. G.J. de Haas.

Overwegingen:

Het advies van de kliniek
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van schizofrenie van het paranoïde type en van misbruik van middelen, langdurig gedwongen in remissie. De ter beschikking gestelde was op het moment van de gijzeling, waarvoor de terbeschikkingstelling werd opgelegd psychotisch. Psychotische symptomen beïnvloeden zijn gedrag nog regelmatig. De stoornis is zeer beperkt behandelbaar gebleken middels medicamenteuze interventies. Het risico op hernieuwd gewelddadig gedrag is onverminderd groot. De kliniek adviseert de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van twee jaar.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw
De ter beschikking gestelde vindt dat hij geen behandeling nodig heeft. Hij wil terug naar zijn kinderen. De raadsvrouw heeft betoogd dat terbeschikkingstelling niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De maatregel is aan de ter beschikking gestelde opgelegd voor de gijzeling van zijn kinderen. Gijzeling is niet evident een geweldsdelict. Uit het veroordelend vonnis blijkt ook niet dat er concreet sprake is geweest van enig gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van de kinderen.
Nu er geen sprake is van een evident geweldsdelict en evenmin door interpretatie van het oordeel van de opleggingsrechter kan worden vastgesteld dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een geweldsdelict, is de duur van maatregel gemaximeerd tot vier jaar. De maximumduur van de maatregel is thans ruimschoots verstreken. De raadsvrouw heeft primair geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank, dan wel tot niet ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, of afwijzing van de vordering tot verlenging van de maatregel. Subsidiair heeft de raadsvrouw - in afwijking van het gestelde in haar pleitnota - zich voor wat betreft de eventuele verlenging van de terbeschikking-stelling gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank, waarbij de verlengingsvordering is afgewezen omdat er volgens de rechtbank sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling en de maatregel de maximale duur van vier jaar inmiddels ruim te boven gaat. De officier van justitie concludeert in de appelschriftuur dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat er geen sprake is van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
De advocaat-generaal heeft zich aangesloten bij de conclusie van de officier van justitie. Verder heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat de rechtbank in haar beslissing ten onrechte is uitgegaan van een beslissing van het hof die is vernietigd bij een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 (LJN: BY8424). Uit dit arrest volgt dat de verlengingsrechter door een interpretatie van het oordeel van de opleggingsrechter tot het oordeel mag komen dat terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een geweldsmisdrijf. Ook mag de verlengingsrechter alle relevante processtukken, waarover de opleggingsrechter beschikte, betrekken bij zijn beoordeling. De advocaat-generaal is van oordeel dat de duur van de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is.
Gelet op het verlengingsadvies van de kliniek en ter zitting in eerste aanleg afgelegde verklaring van de deskundige [deskundige], heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.
Gemaximeerde terbeschikkingstelling?
De rechtbank Groningen heeft in haar vonnis van 12 maart 1998 de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd zake van onder meer gijzeling. Anders dan de rechtbank in de beslissing waarvan beroep, is het hof van oordeel dat gijzeling naar haar aard een misdrijf is dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is derhalve opgelegd ter zake van een geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De duur van de terbeschikkingstelling is mitsdien niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar. Dit was in redelijkheid voor de ter beschikking gestelde voorzienbaar.
Stoornis en recidivegevaar
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van schizofrenie van het paranoïde type. Het recidivegevaar wordt als hoog ingeschat.
Verlenging terbeschikkingstelling
Gelet op het advies van de kliniek en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de algemene veiligheid van anderen verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren eist.

Beslissing

Het hof:
vernietigtde beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 28 mei 2014 met betrekking tot de ter beschikking gestelde
[terbeschikkinggestelde];
verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van
twee jaar.
Aldus gedaan door
mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,
mr. J.W. Rijkers en mr. J.P. Balkema als raadsheren,
en drs. R. Poll en drs. M. van Weers als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans als griffier,
en op 18 september 2014 in het openbaar uitgesproken.
Mr. J.P. Balkema de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.