ECLI:NL:GHARL:2014:7729
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.W. Steeg
- P.H. van Ginkel
- C.G. ter Veer
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging dwangsomveroordeling in koopovereenkomst geschil
In deze civiele zaak tussen Deloebas B.V. en een wederpartij ging het om de schorsing van de tenuitvoerlegging van een dwangsomveroordeling die was opgelegd bij een vonnis van de rechtbank Gelderland. De voorzieningenrechter had Deloebas veroordeeld tot medewerking aan de notariële overdracht van een melkveestal en werktuigenberging, tot betaling van de koopprijs, en tot sloop van de gebouwen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Deloebas vorderde in hoger beroep schorsing van de tenuitvoerlegging op grond van artikel 351 Rv Pro, stellende dat het vonnis klaarblijkelijk op juridische en feitelijke misslagen berustte. Zo was onjuist geoordeeld dat Deloebas verplicht was tot betaling van de koopprijs binnen het vonnis en was onterecht een dwangsom verbonden aan een geldvordering. Ook stelde Deloebas dat de wederpartij mede debet was aan het uitblijven van de bestemmingsplanwijziging.
Het hof oordeelde dat de dwangsomoplegging indirect dwong tot betaling van de koopprijs, hetgeen niet is toegestaan volgens artikel 611a Rv. Dit vormde een klaarblijkelijke juridische misslag. Daarom werd de tenuitvoerlegging van de dwangsomveroordeling geschorst. De hoofdveroordelingen tot sloop en medewerking aan levering hangen nauw samen en profiteerden mee van de schorsing. De subsidiaire vordering tot zekerheidstelling werd niet meer behandeld. De wederpartij werd veroordeeld in de kosten van het incident. De pleidooien in de hoofdzaak werden vastgesteld op 17 november 2014.
Uitkomst: Het hof schorst de tenuitvoerlegging van de dwangsomveroordeling wegens een klaarblijkelijke juridische misslag en veroordeelt de wederpartij in de kosten van het incident.