Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van mr. Van Baarle van 2 oktober 2014, ingekomen op diezelfde
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Na echtscheiding van de ouders was het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder met een zorgregeling waarbij de kinderen in de oneven weken bij de vader verbleven. De moeder wilde verhuizen naar een andere woonplaats met de kinderen, waarvoor zij vervangende toestemming verzocht. De rechtbank wees dit verzoek af, evenals wijzigingen in de zorgregeling.
De moeder was echter met de kinderen verhuisd en had hen ingeschreven op een nieuwe school. Het hof oordeelde dat de moeder hiermee niet in het belang van de kinderen had gehandeld, maar dat terugdraaien van de situatie niet realistisch was gezien de financiële situatie en het belang van stabiliteit voor de kinderen.
Het hof verleende daarom alsnog vervangende toestemming voor de verhuizing en stelde een aangepaste zorgregeling vast. De vader krijgt contact met de kinderen in drie weekenden per vier weken, waarbij hij ze op vrijdag uit school ophaalt en de moeder ze zondagavond terugbrengt. Voor vakanties en feestdagen is een uitgebreide regeling vastgesteld, waarbij de omgang start op vrijdag na school en eindigt op maandag voor school, met wisselmomenten op zondagavond.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De moeder wordt niet verplicht tot een dwangsom bij niet-nakoming van de regeling, uitgaande van haar toezeggingen. Het hof benadrukt het belang van rust en continuïteit voor de kinderen en het belang van goede communicatie tussen ouders.
Uitkomst: Het hof verleent de moeder vervangende toestemming tot verhuizing en stelt een aangepaste zorg- en contactregeling vast.